Meditatie

Meditatie December 2018

 meditatie december 2018 ds G.van den Dool

De os en de ezel

Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak,
maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid. (Jesaja 1: 3)

Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg.
Want kennis van de HEER vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt. (Jesaja 11:9)

 In vele huizen zal er weer een kerststalletje staan, met daarin Jozef en Maria, het kindje Jezus in de kribbe. Steevast vind je er ook een os en een ezel.
Ze komen niet uit het Kerstverhaal maar uit het boek Jesaja.
Je kunt niet zeggen dat de profeet je in een welbehaaglijke kerstsfeer brengt.
Met behoorlijk scherpe woorden valt zijn boek met de deur in huis.
Ze vormen een felle aanklacht tegen wat er mis is in de samenleving.
De Eeuwige herkent zich niet meer in de weg die de mensen gaat.
De os – het rund – herkent zijn eigenaar en de ezel is vertrouwd met zijn voederbak.
Maar de mensen zijn van God losgeraakt.
Ze kennen Hem niet meer in de manier waarop ze leven.
Profeten zijn fel als ze moeten blootleggen wat er mis gaat.
Maar het is niet hun bedoeling in een negatieve sfeer te blijven hangen.
Ze zeggen ook hoe het anders moet kunnen en roepen op tot omkeer.
In de tijd van Advent geeft de kerk vanouds veel stem aan profeten als Jesaja.
Hun boodschap is vaak verrassend actueel.
Hun moed om misstanden bloot te leggen wekt bewondering.
En de beloften die zij van Godswege uitspreken kunnen inspireren tot daden die getuigen van geloof, hoop en liefde.
Jesaja profeteert van een messias-koning.
Rondom hem worden alle dingen nieuw.
De wolf ligt naast het lam, de leeuw en het rund eten beide stro.
Zo tekent de profeet een samenleving die niet meer worden beheerst door het principe van ‘eten of opgevreten worden’, van macht hebben of achteloos gehouden worden.
Beelden van vrede, die onmogelijk lijken, maar ze laten je toch niet los.
Vrede wordt mogelijk, zegt Jesaja, omdat de aarde vol zal zijn van de kennis van de HEER.
God kennen is: omgaan met Hem, zoals Jezus Hem laat zien.
En zijn wil doen.
Wat altijd ook inhoudt: goed zijn voor mensen om je heen.
Tussen Jesaja 1 en Jesaja 11 staat het Evangelie.
Jezus heeft met zijn leven, dood en opstanding Jesaja’s visioen opnieuw wakker geroepen.
Na Pinksteren begon het wereldwijd gestalte te krijgen: in een Gemeente die volken en rassen, klassen en kleuren met elkaar verbindt.
Kerstfeest is het feest bij uitstek waarop wij die verbondenheid zoeken.
We vieren Christus’ komst.
We doen dat, omdat we geloven in zijn toekomst.
En er met hoopvolle daden op willen inspelen.

Daartoe willen ook de os en de ezel in de kerststal ons inspireren.
ds Gerrit van den Dool

Meditatie Oktober – November 2018
 Bij Exodus 3:7-14

‘Mozes’, een Egyptische godennaam, hem gegeven door de prinses van de Farao, die hem als klein kindje dobberend op de Nijl, in zijn arkje, had gevonden.
In het Egyptisch betekent ‘Mozes’ : zoon van…….
In het Hebreeuws betekent ‘Mozes’ , en ik geloof niet dat de Egyptische prinses dat heeft geweten, wat een prachtige Bijbelse humor is dat, in het Hebreeuws betekent ‘Mozes’, precies wat er met hem gebeurde: ‘uit het water getrokken, uit het water gered’.
De Egyptische prinses kende geen enkel Hebreeuws woord en toch gaf ze de goede naam.
Zoon van….en dan volgde er meestal in Egypte de naam van een god. Zeker zonen van de Farao, ook al waren ze geadopteerd.
Denk maar aan Toet Mozes, zoon van Toet. Ra Mozes, zoon van Ra, de naam van de zonnegod, volgens de Egyptenaren.
Maar wie heet er nu  ‘zoon van…’? Zoon van wie?Welke Godsnaam hoort er bij Mozes?
Wie zal zijn God zijn?
Mozes, zoon van wie eigenlijk?
Dan ziet hij een brandend braambos. Als het vuur van God, dat niet verteert, maar dat aanstekelijk werkt en élan wekt.
Mozes ‘deze zoon van wie’ voelt zich er door aangetrokken. Hij hoort zijn naam roepen: ‘Jij moet mijn vol uit Egypte leiden, de vrijheid tegemoet, in Mijn Naam’.
Mozes ontmoet God. Eindelijk gaat het gebeuren. Op weg naar de vrijheid.
Maar er is twijfel bij Mozes.  Wat zal ik tegen de Israëlieten zeggen, als ik hen vertel, dat de God van hun vaderen mij gezonden heeft en zij vragen naar Zijn Naam?
Dan volgt één van de meest indringende passages in de Bijbel.
‘God, wat is uw Naam?’
‘Wie kan ik zeggen, dat er is?’
Dan zegt God: ‘Ik ben, die Ik ben, Ik zal zijn, die Ik zijn zal, Ik zal er zijn, voor jullie’.
Een wonderlijke naam. Die aan de ene kant verbergt: we kunnen immers God niet benoemen, slechts Zijn Naam heiligen.
Een naam,  die tegelijkertijd onthult: ‘Mijn zijn, Mijn wezen is er voor jullie, Ik heb jullie ellende gezien, zo waar Ik God ben, zal Ik er zijn voor jullie. Want zo ben Ik, als je dat weet en daaraan vasthoudt, weet je genoeg’.
‘Genoeg om er ook voor elkaar te zijn’.
God zegt: ‘Ik ben’.
Wij mogen zeggen: ‘God is’.
God is, met ons.
Zo is ook de open ruimte achter de naam van Mozes ingevuld. Hij, Mozes, mag de zoon zijn van de God van Abraham Izaäk en Jacob, die is en die zal zijn. Zoals God is, namelijk, met ons.
Deze  God van de Bijbel, deze God van Mozes, deze God van de vaderen, is ook de Vader van Zijn Zoon, onze Heer.
Die genoemd wordt: Immanuël, God met ons.
Die ook gezegd heeft: ‘Ik ben’. Zeven keer. Zoals ‘Ik ben de Goede Herder, Ik ben het Licht der wereld, Ik ben de ware wijnstok. Woorden van Jezus: ‘Ik ben…’
Zo Vader, zo Zoon. Ook Hij is, met ons.
Ook Jezus Christus onze Heer zag het leed onder de mensen, de onvrijheid, de zonden, het verdriet van ons mensen. Ja, Hij overwon de dood.
En zette ons zo, in Gods Naam, op de weg van de vrijheid, van troost, vergeving en eeuwig leven.

Ds. Bob Haanstra

Meditatie September 2018

Meditatie

….onbevangen op weg….
(Ps. 84:12)

Elke keer als ik Psalm 84 lees (en dat gebeurt nogal eens) word ik weer getroffen door de prachtige omschrijving die de dichter geeft van gelovige mensen:
Ze zijn onbevangen op weg.
In het verband van Psalm 84 wil dat zeggen: onbevangen op weg naar de woning van God.
Naar Huis.
De Bijbel noemt ons als christenen pelgrims.
Onderweg naar Huis.

Als je deze zomer op vakantie bent geweest, kun je je misschien iets voorstellen bij het gevoel dat een thuisreis oproept:
Natuurlijk, de vakantie was prachtig.
Maar Oost-West – Thuis Best.
Als wij zelf terugrijden van een vakantie, luisteren we onderweg soms naar een liedje van Sarah Brightman: “The journey home is never too long”.
Als verhoudingen goed zijn, ga je graag naar huis.
Dat beheerst dan je reishouding:
Oké, het is misschien een heel end;
Onderweg kan er van alles gebeuren;
Maar dat schrikt je niet af;
Je wilt immers graag weer naar huis.

September is de maand waarin het kerkenwerk doorgaans weer begint;
In September begin je ook te merken dat de dagen weer korter worden – de wintermaanden komen er weer aan, met z’n lange avonden en nachten-
Alle reden om leeuwen en beren op de weg te zien.
Psalm 84 daagt ons uit onbevangen op weg te gaan.
Onze weg gaat namelijk uiteindelijk naar Huis.
En onderweg is Vader bij ons.
God de HEER is een zon en een schild.
Genade en glorie schenkt de HEER,
Zijn weldagen weigert Hij niet aan wie onbevangen op weg gaan.
Daarom eindigt de Psalm met een felicitatie:
Gelukkig de mens, die (onderweg) op God vertrouwt.

ds Harry Offereins

 

Meditatie Augustus 2018

Meditatie over “Je tent opzetten”.

Veel mensen gaan in deze tijd op vakantie. Naar een vakantiepark, met de boot of ze gaan kamperen. Ergens op een plek die je nog niet kent je tent opzetten en genieten van het mooie weer en de nieuwe omgeving. Je bent een toerist en de mensen verwelkomen je dan. Het is fijn dat je komt met je tent en de omgeving bloeit er van op. Je brengt geld in het laadje….. Je bent een welkome vreemdeling. Gewenst.

Wanneer de omgeving je niet meer bevalt of wanneer je wat uitgekeken bent, wil je weer verder. Je pakt de tent in en vertrekt.

In het nieuwe liedboek voor de kerken: “Zingen en bidden in huis en kerk” staat een lied dat me daaraan doet denken. Het gaat om lied 802:

“Door de wereld gaat een woord  en het drijft de mensen voort:

‘Breek uw tent op, ga op reis naar het land dat Ik u wijs.’

Refrein; Here God, wij zijn vervreemden door te luisteren naar uw stem.

Breng ons saam met uw ontheemden naar het nieuw Jeruzalem”.

Een lied van Jan Wit op een melodie van Wim ter Burg.

In het lied is eerst God aan het woord, die ons aanspoort om op weg te gaan, om onze tent op te breken en verder te trekken naar het land dat God ons wijst.  En de mensen antwoorden: wij zijn vervreemden door te luisteren naar uw stem en er volgt een gebed: Breng ons samen met uw ontheemden naar het nieuw Jeruzalem.

In het lied gaan de mensen niet bepaald als toeristen op reis met hun tent. Het is anders: Je voelt je vervreemd, wanneer je de Stem volgt die je roept om verder te reizen.  Het maakt ons misschien wat onrustig. Het voelt niet goed. Je reist kennelijk als een vreemdeling en dat roept bij ons andere associaties op. Een vreemdeling is in veel gevallen niet welkom. Vaak ben je ongewenst en word je met de nodige argwaan bekeken. De mensen weten niet wat ze aan je hebben. Denk maar aan de vluchtelingen, die hier hun plek zoeken. We zijn soms zelfs bang voor hen. Ze zijn zo anders, en soms ben je bang, dat ze ons veel kosten. Aan banen, sociale voorzieningen, en huurhuizen. Kortom: Een vreemdeling of zelfs een vluchteling zijn is niet gemakkelijk. Ze zijn niet om te benijden.

We denken vaak dat de ander de vreemdeling is. Maar ook wijzelf kunnen ons vervreemd voelen. In je buurt bijvoorbeeld of in je eigen kerk. Het gaat er dan anders aan toe dan je altijd gewend was bijvoorbeeld. De jonge mensen willen vernieuwen, meer mee doen aan de liturgie en andere liederen zingen dan je gewend was…. Je voelt je niet meer vertrouwd. Of je voelt je vreemd als jongere gelovige, omdat de kerk er zulke oude gewoonten en ideeën op na houdt…. Je zou zo graag zien dat de kerk in beweging kwam… meer passend in onze eigen tijd. Voor je het weet voel je je zo vreemd, dat je op zoek gaat naar een andere kerk of liever thuis blijft. En voor je het weet zit de kerk vol (of leger) met mensen die vervreemden van elkaar. Je voelt je er niet meer thuis. Terwijl je met z’n allen zo graag thuis wilt zijn in Gods huis.

In Israël is een plaats met de naam Bethel. Letterlijk betekent dit: huis (Beth) van God (El, een oude Kanaänitische naam voor God). De letter Beth lijkt op een oude nomadentent. Je hebt een dak boven het hoofd en de zijkanten hebben ook een tentdoek. Je bent er dus beschut tegen regen en hitte, je kunt er veilig zijn, maar het is ook een open tent. Een tent die je welkom heet. Je mag naar binnen.

Naar die veilige Beth zijn wij op weg. Naar het land van Belofte, naar Gods Rijk van liefde en vrede en recht…. Een land voor alle mensen: vreemdelingen, vluchtelingen en alle andere mensen. Er zijn daar niet vele verschillende kerken: Er is een veilig huis van God, uiteindelijk. Dat is waar God ons naar toe roept…. Gaat u, gaan jullie mee op reis?

Ds. Aaltsje van der Honing.

Predikant in de PKN -gemeente van Steenwijk voor de ouderen.

Meditatie Juli 2018

God spreekt tot zijn kinderen.

Toen ik nog pastoor was in Twente was, zag ik op het heideveld bij Hezingen een herder met een stuk of honderd schapen. Ik sprak de man aan, voordat hij antwoord gaf haalde hij de teleurstellend genoeg de pluggen van zijn walkman uit de oren om mij te woord te staan.

Aan zijn leren riem hing een mobieltje, om in die tijd waarschijnlijk te laten zien;

Kijk, ik heb ook zo’n ding want: je weet immers maar nooit!

En als de herder ‘s avonds aftaaide dan haalde hij zijn auto eerst uit de schaapskooi en dreef vervolgens de schapen naar binnen om dan met zijn motor de zandweg af te stuiven. Zo’n kudde, het is een schilderachtig tafereel en als je zo’n gezang 14 zingt: ‘De Heer is mijn herder! ‘k Heb al wat mij lust’, dan ben je geneigd om het ook allemaal zo te gaan zien; de werkelijkheid was voor de herders van toen wel een andere. Luister maar eens wat Jacob in Genesis over dat herderschap zegt, als hij twintig jaren de kudde van zijn schoonvader Laban had geweid. ‘Ja, wel twintig jaren ben ik bij u geweest, uw ooien en uw geiten hebben niet verkeerd geworpen en van uw bokken heb ik er niet één gegeten. Als een schaap, door een wild dier werd verscheurd heb ik het niet naar u toegebracht, maar heb ik het zelf vervangen. Ja, zo verging het mij; bij dag leed ik onder de hitte, bij nacht leed ik aan de kou, en geen slaap kwam in mijn ogen!’ En dan wat David zegt over zijn herderstijd: ‘Als er een leeuw kwam of een beer die een dier uit de kudde roofde, dan liep ik hem na en versloeg hem en rukte het schaap uit zijn bek, leeuwen en beren heeft uw knecht voor u geveld!’

Een herder moest zijn kudde verdedigen, bij dag en nacht, bij weer en wind, niet zoals de herders in onze tijd, die zo’n beetje achter hun kudde aansukkelen, al dan niet met walkman in en bij zonsondergang met de benen op de bank voor de tv. met een borrel in slaap vallen.

De herders van toen; bij Samuel lezen wij over aantallen: duizend geiten en drieduizend schapen. ‘Zij hadden hun schaapjes geteld, zingen we blijkbaar niet voor niets!’

En van Jacob weten we dat hij elk geroofd dier uit eigen middelen moest terug betalen, en over David staat dat hij het geroofde dier tussen de tanden van de leeuw weghaalde.

En onze herders fluiten naar de hond en roepen ‘braaf en af en zo’. ‘Ja, die heeft zijn schaapjes wel op het droge!’ Maar er zijn ook mooie beelden over het leven der herders: het Hooglied, waar over het gebit van een bruid wordt gezegd: ‘Ja, mijn beminde, uw tanden zijn als een kudde schapen die geschoren zijn!’ En anders psalm 114 wel: ‘De bergen sprongen als rammen, de heuvelen als lammeren!’ Maar dan wordt de mens Ezechiël geroepen om in duistere uren als herder leiding te geven aan een talrijk volk; de geroepenheid van een man om bij het volk, de naam van ‘God!’ te noemen – In woord en daad. De Eeuwige te benoemen. Profeteer dan toch mensenkind, profeteer mensenkind!; zo riep God tot Zijn kind Ezechiël. En dat geloofsvertrouwen waarin Ezechiël zijn volk is voorgegaan, heeft een verstrooide kudde steeds nieuwe hoop gegeven, de eeuwen door.

In de geschiedenis zou er nog één volgen die Zijn leven voor de schapen wilde geven en dat ook deed!’ En dan komt ons een beeld voor ogen van iemand terwijl een brullende menigte Hem voortjoeg. En die is gezeten op een troon, later want Zijn koninkrijk is immers niet van onze wereld. Die zich één maakt met de geringe, de naamlozen, ik denk dan zomer 2018 in het bijzonder aan vluchtelingen die de kust niet hebben gehaald. Waarvan paus Franciscus uitkijkend over de zee bij Lampedussa aan de wereld vroeg: ‘Wie heeft er over hen geweend?’ In 1504 schilderde de meester van Alkmaar de zeven werken van barmhartigheid,

het hangt in de kelder van het Rijksmuseum. Op alle zeven panelen kijkt Jezus niet naar de toeschouwer die u – al dan niet met museumjaarkaart – bent. Dan staat hij verstopt tussen het publiek, als zieken en gevangenen worden bezocht, als kleding en bekers drinken uitgedeeld worden. Alleen op het eerste tafereel, daar waar brood wordt uitgedeeld aan de behoeftigen, daar kijkt de Goede Herder u aan. De gedachte is natuurlijk, wat Ik kan, dat kun jij ook. God spreekt nog tot Zijn kinderen, als we de geestelijke pluggetjes uitdoen zullen wij verstaanders worden.

Theo van der Sman – em. pastoor

Meditatie Juni 2018

En zie, Ik zend de belofte van Mijn Vader op u; maar blijft u in de stad Jeruzalem, totdat u met kracht uit de hoogte bekleed zult worden.
(Lucas 24:49)

Dit zijn de woorden die de Heer Jezus tot Zijn discipelen spreekt vlak voor Hij weer teruggaat naar Zijn Vader in de Hemel. De voorbereidingstijd van de discipelen zit erop. Zij moeten nu verder zonder de lijfelijke aanwezigheid van Jezus. Een bijzonder moment.

Telkens wanneer ik deze woorden lees, dan komen er allerlei vragen bij mij op. En wellicht hadden Jezus’ discipelen dit ook wel. Wat zou er gaan gebeuren? Wat zal Jezus bedoelen met kracht uit de hoogte? Wanneer komt deze kracht dan?

Wij weten hoe dit verliep. Zij hoefden “slechts” enkele dagen te wachten in Jeruzalem. Maar van te voren wisten zij dit natuurlijk niet. Maar wat een krachtige uitwerking had het uiteindelijk!

Zo gaan mijn gedachten richting het thema “volharden in gebed”. Dit zijn woorden die we wel eens horen. We moeten volharden! Maar hoe doen we dat? Zeker wanneer we niet direct een antwoord zien?

Het antwoord hierop lezen we o.a. in vers 53 en ook in Handelingen 1:14. Zij hadden niet alleen de opdracht om met elkaar te wachten, maar zij hadden ook het verlangen om bij elkaar te zijn en in eenheid God te loven, te danken, te aanbidden onder smeking en dankzegging.

Gods reactie is dat Hij grote dingen doet door Zijn discipelen heen. Hij zet hen in, in Zijn dienst. Zij worden ingezet om van Hem te getuigen, overal! En dit niet in eigen kracht, maar vanuit de kracht uit de hoogte.

Met diezelfde kracht wil God ons ook bekleden! Hebben wij hetzelfde verlangen als de discipelen? Dan zullen we Zijn kracht ontvangen en getuige(n) (zijn) van Gods grote daden!

Met vriendelijke groet,

Bert van Drogen
Voorganger BGS

Meditatie Mei 2018

Handelingen 2:1-11

“Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij weerden allen vervuld van de Heilige Geest.” (Handelingen 2: 3-4a)

 

Vlak voor zijn hemelvaart beval Jezus zijn leerlingen om in Jeruzalem te blijven om de belofte van de Vader af te wachten. Enkele dagen later zouden zij gedoopt worden met de Heilige Geest.

Die uitstorting van de Geest laat Lucas plaatsvinden op de dag van het joodse Wekenfeest, de vijftigste dag na Pasen. Oorspronkelijk was dit het feest van de tarweoogst. Later werd aan deze dag ook de herdenking van de verbondssluiting op de Sinaï gekoppeld. Het gedruis en het vuur in het verhaal van Lucas herinneren trouwens ook aan het verhaal van het Sinaï-verbond. Terwijl de hevige wind verwijst naar de Geest. Het Hebreeuwse woord ruach betekent zowel wind als geest.

Het meest opvallende aan de werking van de  Geest is dat de leerlingen beginnen te spreken. Ze treden vrijmoedig naar buiten met hun paasboodschap. Ze spreken in vreemde talen. Ieder hoort het spreken in zijn eigen taal. Daarmee is dit verhaal het omgekeerde verhaal van ooit de Babylonische spraakverwarring. In Genesis 11 verstaan de mensen elkaars taal niet meer. Daardoor raken ze verdeeld en verspreid over de aardbodem. Hier in Handelingen 2 komen vertegenwoordigers van alle volkeren onder de hemel samen in Jeruzalem. Hoe verschillend hun moedertaal ook is, ieder verstaat het woord dat hier wordt gesproken.

Dat is dan ook de inzet van Pinksteren. Het getuigenis van Jezus moet zich vanuit Jeruzalem verspreiden tot het uiteinde van de aarde.

Dat is gebeurd. Want ook wij kennen het verhaal. Een verhaal ook voor ons om door te geven.

 

Ds. Sander van ’t Zand

 

 

Meditatie April 2018

                                        Waarom voorjaarsschoonmaak rondom Pasen?
Waarom voorjaarsschoonmaak rondom Pasen? Deze intrigerende titel kwam ik in de week voor Pasen tegen in mijn inbox. Het bleek een mail van Wake Up over Pasen. Maar wat heeft de voorjaarsschoonmaak nu van doen met Pasen?
Mijn herinneringen gingen direct terug naar vroeger. Wanneer de lente eenmaal duidelijk was begonnen kreeg mijn moeder (tegelijk met alle buurvrouwen) de voorjaarskriebels. Er was geen houden meer aan; het hele huishouden werd met bezemen gekeerd. De Grote Schoonmaak was begonnen en klein en groot werd aan het werk gezet. Iedereen moest poetsen. Net zolang totdat alles spik en span was.
In de Bijbel lezen we ook over de Grote Schoonmaak die ieder jaar in de joodse traditie een vaste plaats had. In aanloop naar Pesach (het joodse paasfeest) en het Feest van de Ongezuurde Broden werden de huizen in Israël ook met bezemen gekeerd. Alles werd schoongemaakt en vooral werd al het gist, zuurdesem uit het huis verwijderd. Zuurdesem staat voor slechtheid en boosheid, voor zonde.
Pesach verwijst terug naar de uittocht uit Egypte. Israël zat ooit gevangen in slavernij in Egypte, maar God had beloofd Israël te verlossen uit deze gevangenschap. Hij had beloofd hen weer de vrijheid te geven zodat zij Hem weer zouden kunnen aanbidden in volledige vrijheid. De Israëlieten vertrokken met Pesach in grote haast uit Egypte. Er werd een lam geslacht, er werd bloed op de deurpost gesmeerd zodat de dood geen toegang had. Er was geen tijd meer om het brood te laten rijzen. En voor vertrek uit Egypte aten de Israëlieten – staande met enige haast – onder andere deze ongezuurde broden.
Dit feest van Pesach met zijn grote schoonmaak en het geslachte lam heeft alles te maken met ons paasfeest. Op Goede Vrijdag, vlak voor Pasen, is de Here Jezus voor ons aan het kruis gestorven. “Als een lam ter slachting geleid” (Jesaja 53:7) Hij werd in plaats van ons tot zonde gemaakt. Maar drie dagen later is Hij uit de dood weer opgestaan. Levend geworden, om leven te geven. Jezus heeft ons verlost van de zonde. Hij heeft ons vrij gemaakt. Wij zijn geen slaaf meer van de zonde wanneer we Jezus erkennen als Redder en Verlosser. Hij geeft ons het Leven voor eeuwig! We zijn nu vrij!
Het is denk ik daarom goed om regelmatig, maar zeker rondom Pasen, na te denken of er wellicht nog zuurdesem in ons leven aanwezig is. Soms verstopt. Wanneer we dit oprecht vragen aan Jezus dan zal hij door Zijn Geest ons wel laten zien wat er nog opgeruimd mag worden.
“Gooi de oude gist weg, anders bent u geen vers deeg. Er hoort bij u geen gist te zijn omdat Christus, ons Paaslam, geofferd is. Laten wij dat dan ook blijven vieren, niet met oude gist of met gist van kwaad en schande, maar met het ongegiste brood van zuiverheid en waarheid”
(1 Kor.5:7 en 8 – HTB).
Ik begrijp nu waarom mijn moeder na afloop van de Grote Schoonmaak altijd zo blij was.

De meditatie is deze maand verzorgd door Anko Amelink, voorganger van De Regisseur.

Meditatie Maart 2018

Zinloos geweld (Mattheüs 26:51).

In Nederland is het begrip ‘zinloos geweld’ in de Nederlandse taal ingeburgerd. Het begrip wordbijvoorbeeld gebruikt als mensen op straat zomaar in elkaar worden geslagen. Ook huiselijk geweld valt eronder.

Op de lijdensweg van Jezus gebruikt één van de leerlingen van Jezus, namelijk Petrus, ook een vorm van zinloos geweld. Als men Jezus gevangen wil nemen, slaat hij er met het zwaard op los, raakt de slaaf van de hogepriester en slaat hem het oor af.

In het geweld van Petrus zien we zijn onbegrip voor het lijden van Jezus.  Jezus heeft Zijn leerlingen drie keer op Zijn lijden voorbereid, maar Petrus wil dat lijden met geweld voorkomen.

Maar Jezus stelt geen prijs op zijn gewelddadige hulp. Jezus wil dan ook, dat hij zijn zwaard bij zich houdt. Als Petrus met geweld Zijn lijden wil voorkomen, hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, waar staat dat het zo moet gebeuren (vers 54)? Petrus heeft wat het Oude Testament zegt over het lijden van Jezus niet gelovig verwerkt.

Jezus moest lijden en sterven om ons te verlossen van de machten van de zonde en de dood.

Jezus, leven van ons leven, Gij moest sterven aan uw lijden om ons leven te bevrijden. Duizend, duizendmaal, o Heer, zij U daarvoor dank en eer.

Ds K. Jonkman

 

 

Februari 2018

Op naar Pasen

We gaan op naar Pasen. In de veertig dagen daarvoor krijgen we gelegenheid om ons te bezinnen op de essentie van ons leven. Wat is nu belangrijk? Geef ik God voldoende plaats in mijn leven; en mijn naaste? Laat ik mezelf tot recht komen?

Of het nu een geldelijke gift is, of in de vorm van aandacht: door aalmoezen laten we zien dat we zorg voor hebben voor elkaar. Bidden helpt om een beter beeld van jezelf te krijgen. En we kunnen voor een ander bidden. Gebed heeft met God te maken, met mezelf en met andere mensen.

Bij vasten stellen we onszelf ter discussie. Het dagelijkse patroon te doorbreken, om zo beter zicht op onszelf te krijgen.

Hoe we deze veertig dagen ook precies mogen invullen, ik hoop dat we onze medemens, God, en onszelf hervinden.

En straks met Pasen het komende leven vieren!

 

Pastor Jaap Scholten

Christoffel Parochie)

 

Januari 2018

Harry de Raaf

 

We zijn weer begonnen met een nieuw jaar, 2018. En mijn vader had altijd de gewoonte om op nieuwjaarsdag de psalm te lezen met het getal van het jaar. Een goede gewoonte om na te volgen. Dat zou dus voor dit jaar inhouden Psalm 18, en deze Psalm begint met de volgende woorden:

1Voor de koorleider. Van David, de dienaar van de HEER. Hij sprak de woorden van dit lied tot de HEER toen de HEER hem aan de greep van zijn vijanden had ontrukt, ook aan die van Saul. 2Hij zei: Ik heb u lief, HEER, mijn sterkte, 3HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder, God, mijn steenrots, bij u kan ik schuilen, mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht.

Wat een prachtig begin !! David spreek in deze woorden zijn innige liefde uit voor God. De God waarop hij bouwt, de God die hem bij staat en helpt. God is zijn sterkte, zijn rots, zijn vesting, zijn bevrijder. En dat wil God voor een ieder van ons zijn, niemand uitgezonderd. Wat is dat toch geweldig mooi. Laten we met deze zekerheid 2018 in gaan. Met de zekerheid dat de God van David ook onze God is, ook onze sterkte, rots, vesting, bevrijder.

 

Harry de Raaf,

voorganger Vrije Zendings gemeente ‘Beth-el’ Steenwijk

December 2017

Uitzien naar en wachten op God (Micha 7:7).

 

Je kunt uitzien  naar een bezoek of naar de komst van de bestelling die je hebt gedaan. Kinderen kunnen uitzien  naar een schoolreis­je of hun verjaardag.

In Micha 7:7 lezen dat de profeet Micha uit blijft zien naar de Here. Dat doet hij in een tijd, waarin het bepaald niet rooskleurig is.

Mensen staan elkaar naar het leven. Er is geen eerlijke rechtspraak meer. De harmonie in de gezinnen staat onder druk.

Micha heeft het er moeilijk mee. Maar hij blijft op God zien: Maar ik, ik blijf uitzien naar de HEER. De Heer is de God die verlost.

Hoewel er in onze tijd en samenleving gelukkig veel goeds is, is er ook veel wat niet goed is. In de wereld is terreur, geweld, onrecht en corruptie. Maar ook nu is er een houding, waarmee je het vol kunt houden,  namelijk: uitzien naar en hopen op God.

Hij zal iedereen die het van Hem blijft verwachten verlos­sen, als Jezus terugkomt. Dan zal er ook een nieuwe aarde komen. Het kwaad zal niet altijd op deze aarde blijven.

December is in de kerk de tijd van advent. Adventstijd is ook uitzien naar en hopen op God. Niet moedeloos, maar met opgeheven hoofd en hart. Want God zal doen, wat Hij heeft beloofd.

 

Ds. K. Jonkman.

 

 

Meditatie november 2017

Laten we (….) een dankoffer brengen aan God (Hebr. 13:15)

 

De eerste dag van deze maand was het Dankdag voor gewas en arbeid.

In veel kerken werd een dienst gehouden.

Een speciaal moment om Vader te danken voor alles wat Hij ons gaf.

Een dankoffer:

Dankliederen;

Dankgebeden;

Een dankbare gift in de collecte.

Een huldebetoon van lippen (en handen) die Gods naam prijzen.

Maar Vaders gaven gaan verder en dieper dan de opbrengst van akkers en het geld op je bankrekening.

Zijn grootste en mooiste gave is zijn Zoon.

In Hem kregen we onze Redder.

Dankzij Hem mogen we God Vader noemen.

Dat is elke dag een dankoffer waard.

Een ononderbroken huldebetoon van onze lippen.

Vergeet daarom geen dag om God te danken voor zijn gaven.

Immers alles wat je hebt gekregen -al is het voor jouw gevoel misschien niet echt veel- is genade.

God laat ons in de Bijbel weten dat Hij er van geniet, als ons dankoffer zich door vertaalt in de manier waarop we met onze naaste omgaan.

In dan met name in liefdadigheid en onderlinge solidariteit.

Anders gezegd: in delen en in gemeenschapszin.

Twee dingen waar zoveel mensen in onze samenleving naar smachten.

Laat je medemens maar merken dat hij/zij er bij hoort.

Ook als die ander anders is.

En laat de ander maar delen in wat jij hebt te bieden:

Een beetje aandacht;

Een vriendelijke blik of knik.

Zoals Boaz dat ooit deed bij Ruth (Ruth 2:2-9)

Dan is het feest.

Voor je naaste.

En voor God.

 

ds H. Offereins

predikant Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt

 

Meditatie oktober 2017

Ds G. van den Dool

Bidden met open ogen

enkele opmerkingen bij het Onze Vader

 

In zijn Bergrede (Mattheüs 5 t/m 7) geeft Jezus ons het Onze Vader. Dit gebed maakt deel uit van het onderwijs dat Hij ‘op de Berg’ geeft aan zijn leerlingen. Aan de ene kant legt Jezus de nadruk op het persoonlijke in de omgang met God. Als je bidt moet je er niet een publieke show van maken, zoals sommige vromen geneigd zijn te doen. Daarmee kun je publieke waardering oogsten, zegt Hij:- ‘zij hebben hun loon reeds’ (Matth. 6:5) – maar God heeft er niets mee en kan er niets mee. Daartegenover roept Jezus ons op om niet door de mensen gezien te willen worden, maar God in het verborgene te zoeken, ‘in de binnenkamer’.

Nu vind ik het zo verrassend dat Jezus ons het Onze Vader geeft als model voor persoonlijk gebed (de binnenkamer). Maar dat Hij ons daarin laat zeggen: ónze Vader… óns dagelijks brood….vergeef óns…..leid óns niet in verzoeking…… Juist waar wij als individu God zoeken, leert Jezus ons telkens  weer zeggen: wij, ons. Dus: met open ogen naar de mensen en de wereld om ons heen. Zelfs in de meest ‘persoonlijke relatie met God’ maak ik deel uit van een gemeenschap. Die neem ik mee als ik bij God kom: de mensen om me heen, de gemeente, de samenleving, de wereld.

God is dus nooit een privé-God. Ten overstaan van Hem ben ik nooit alleen maar een individu, maar altijd broer, zus, medemens van en voor anderen. Vanuit de ‘binnenkamer’ word ik weer aan hen teruggegeven.

In de woorden ‘Uw Koninkrijk kome’ ontsluit het Onze Vader telkens weer de wereld voor ons als Góds wereld. Als dat zo is, zijn we nooit zonder hoop, want nooit zonder belofte. We mogen vertrouwen dat God ons in het verborgene ziet en op zijn manier ons wel zal laten merken dat bidden ‘loont’. Wel blijft het zaak dat we ons daarvoor open stellen. Ik zie op naar God, in het vertrouwen dat Hij naar mij, en dus evenzeer naar de mensen om mij heen, zal omzien. Ook via mij!

‘Onze Vader’ zeggen is zo telkens weer: bidden met open ogen!

 

Gerrit van den Dool, emeritus-predikant,  Prot. Gemeente Willemsoord-Peperga/Blesdijke

 

P.S. De titel is ontleend aan het boekje van ds. W.R. van der Zee ‘Bidden met open ogen’

 

Meditatie september 2017

DE GELIJKENIS VAN DE ZAAIER

 

(Matteüs 13: 1-9 en 18-23)

 

Jezus is de zaaier in naam van God. En Jezus zaait het zaad van heil. Van Gods Woord, van Gods Koninkrijk. Jezus zaait de kiemen van liefde en gerechtigheid.

We kunnen dit verhaal ook noemen: de gelijkenis van de vier soorten grond. Bodemtypes. Wij mensen. God zaait liefde en gerechtigheid op ons mensen, in de wereld. Wij mensen zijn de grond.

Niet overal ontkiemt het zaad. Er zijn mensen die de woorden van Gods Koninkrijk niet tot zich nemen. Er aan voorbij leven. Er zijn mensen die het Evangelie blij ontvangen. Maar als de verleidingen in de wereld groot worden, krijgen de dingen van Gods Koninkrijk geen kans om wortel te schieten. De derde bodem is vol met distels. De symboliek van alles wat het zaad van God overwoekert. Het leven vraagt en biedt zoveel andere, leuke, dingen.

En dan de vierde grondsoort. De goede grond. De mensen van de goede grond staan met geloof en vertrouwen in het leven, dat er een God is, die met je meegaat in jouw leven. De mens die weet heeft van troost bij verdriet. Die weet heeft van eeuwig leven, als de dood dichtbij komt.

De zaaier. Zie hoe hij zaait. Met brede gebaren. Gul en overvloedig. Het zaailaken vol met het zaad van liefde, vrede, toekomst. Hij strooit net zoveel op de weg, op de rotsen,  tussen de distels, als op de goede grond. Juist daar strooit hij op de wegen, waar het leven mensen verhard heeft. Juist daar strooit hij, waar de grond ondiep is, waar mensen de broosheid van het leven ervaren. Juist daar strooit hij, waar de distels van onrecht en geweld krachtig blijken.

De gulheid van de zaaier, voor alle vier grondsoorten, toont de liefde van God voor ons allemaal.

Ds. Bob Haanstra

 

 Meditatie Juli en Augustus 2017

Barmhartigheid bij een Samaritaan onderweg

(Lucas10:25-37)

Er staat een man in het grote publiek dat om Jezus heen staat. Hij komt naar voren en stelt een vraag, één vraag maar, meer niet: ‘Meester, wat moet ik doen om eeuwig te leven te verwerven?’ Zijn naam staat er niet bij: ‘een zekere wetgeleerde’. Een man dus voor wie de Thora nauwelijks nog geheimen heeft. Die waarschijnlijk van mening is dat Jezus datzelfde boek van Mozes met de voeten treedt, nu heeft hij iets bedacht om Jezus op de proef te stellen: ‘Meester, zeg het mij dan, wat moet ik doen? U kent de Thora toch ook, maar hoe leest U die dan? Jawel, zegt Jezus dan: ‘God liefhebben en uw naaste als uzelf!’

Er was een zekere wetgeleerde bij Jezus gekomen, en Jezus zal verwacht hebben dat de beschouwing deze man wijzer had gemaakt.

Een zeker man lag langs de weg: En je hoort Jezus denken, wat zou het veel waard zijn als deze man, deze wetgeleerde, in de gewonde man zijn naaste zou herkennen, dat hij zich zou kunnen verplaatsen in deze mishandelde mens. Er is een man die van Jeruzalem naar Jericho loopt. Jezus ging in feite de andere kant op. Het was de laatste etappe van hem naar Jeruzalem, het is dus alsof hijzelf een gewonde man tegenkomt, zomaar onderweg. Een reiziger was ook op die weg geweest, belaagd door hen voor wie een mensenleven niet veel waarde heeft. Meer dood dan levend lieten ze hem achter. Zijn bezittingen weg, financieel uitgekleed, wie weet ook letterlijk, want alles was geld waard, alleen die mens zelf niet, die mocht als oud vuil langs de weg blijven liggen als een prooi voor roofdieren.

Maar toevallig daalde een priester langs diezelfde weg af Hij was in Jeruzalem geweest, daar had hij God gediend. Wat een geluk dat hij nu juist langs die weg kwam, de gewonde had het niet beter kunnen treffen, de noodlijdende had niet kunnen denken zo snel hulp te krijgen. En de priester had niet kunnen vermoeden, dat hij zo snel na het dienen van God zich kon gaan wijden aan zijn taak voor de naaste. Wat een gelukkig toeval, dat zo kort na het eerste gebod, om God te dienen, al zo snel het tweede gebod in werking kon gaan. De priester kan het leven van de gewonde redden en zelf eeuwig leven beërven. Maar met een grote boog liep hij er omheen.

Ook een Leviet kwam er langs, een Leviet was in die tijd de knecht van een priester, een Leviet moest in de tempel achter de priester aanlopen, waar de priester ging, daar was de Leviet. Hij liep altijd geestelijk en ook letterlijk in de schaduw van de priester  Hij volgde de priester in de afdaling van Jeruzalem naar Jericho. In het voorbijgaan zag hij de bloedende man en ging er eveneens aan voorbij. Wat is dat voor Godsdienstigheid, die de leer in ere houdt en mensen vervolgens laat creperen?

En dan een Samaritaan, die niet afdaalde naar Jericho, hij was gewoon op reis. Hij had in Jeruzalem niks te zoeken. Samaritanen hadden hun eigen heilige plaatsen en gingen niet naar de tempel in Jeruzalem. Dat was de Joden een doorn in het oog. Ze vonden het een volk van bastaards. De Samaritaan ziet het probleem en handelt.

In de omgeving van een parochie in de Achterhoek waar ik jaren heb gewerkt sprak ik eens met een oude boer. In de oorlog had hij een Engelse parachutist op zijn land liggen, de man had zijn been gebroken en was gewond. De boer was er heel eerlijk in: Het kwam het mij helemaal niet goed uit, dat die Engelsman daar lag. Maar toen ik hem zag liggen dacht ik bij mijzelf: ‘Nauw ja, God zal er een bedoeling mee hebben, toen zei ik tegen mijzelf: die man ligt er voor mij, ik moet er wat aan doen? Ik mag zijn leven blijkbaar redden!’

En de man langs de weg, lag er blijkbaar voor de Samaritaan. Door de Samaritaan ging ontroering, hij was erdoor geraakt.

En de wetgeleerde had nog zo gevraagd: Wie is mijn naaste?’ Maar jij bent zelf in feite de naaste van die ander. De priester toonde zich niet ‘de naaste’ van de gewonde en de Leviet toonde zich niet de ‘naaste’ van de ander. 

Wie is de naaste van die man?, vroeg Jezus aan de wetgeleerde. Hij kon het woord Samaritaan niet over de lippen krijgen. Hij kreeg het niet voor elkaar om te zeggen: ‘Die Samaritaan natuurlijk!’ Het is een naam die hem waarschijnlijk met afschuw heeft vervuld. En hij sprak: ‘Hij die hem barmhartigheid betoond heeft!’ Maar verhaal is nog niet uit want de priester had een volgeling. De priester ging voorbij en de Leviet evenzo.

De Samaritaan, heeft die dan ook geen volgeling, of toch wel?

En Jezus sprak: ‘Ga heen, en doet gij evenzo!’

Het is een lieve gedachte voor hen die tijdens hun vakantie bereid zijn om anderen bij te staan, over de grenzen van geloof, cultuur en veel meer heen.

Theo L.M.M. van der Sman

Emiritus Pastoor

——————————————————–

Mediatie Juni 2017

YALLA

Kom op!

Pinksteren… Wat is dat toch voor feest, dat ooit begonnen is met een groepje mensen dat voor niemand verstaanbare wartaal uitkraamde? Sommige mensen die het hoorden dachten zelfs dat deze mensen dronken waren! Voor ons, nu, roept het herkenning op met de Pinksterkerk. Wordt daar dat onverstaanbare ‘spreken in tongen’ of ‘glossolalie’ nog steeds beoefend?

De boodschap is een beetje dubbel: De mensen in Jeruzalem – een internationaal gezelschap – hoorden hen allen in hun eigen taal spreken van Gods grote daden, en toch dachten sommigen dat ze dronken waren. Waren ze nu duidelijk voor iedereen verstaanbaar of leek het toch meer op dronkenmansgelal?

Wij waarderen het als er in de kerken en op de scholen helder en éénduidig gepreekt en gesproken wordt. Ook de apostel Paulus erkende de waarde van het spreken in tongen, maar eiste daarbij wel dat er ook iemand bij was die de tongentaal verstond en kon uitleggen. Net zoals Petrus dat in Jeruzalem deed in Handelingen 2. Uiteindelijk wordt het samenhangende verhaal hoger aangeslagen dan het spreken in tongen.

Misschien is het zo, dat daar in Jeruzalem, een nieuwe taal werd uitgevonden! Ook wij kennen dat. Eens in de zoveel tijd staat er een dichter op, die door middel van poëzie (in de popmuziek) de taal zodanig oprekt dat ze met bestaande, verstaanbare woorden ineens in een hele andere dimensie kan openen! Daarnaast klinken ook de – onverstaanbare – “ad-libs”. Taal die een andere snaar raakt en een nieuwe wereld laat zien. Zo was de taal van de apostelen ook bedoeld: de taal van Gods Koninkrijk is nu eenmaal niet van deze wereld. Net zoals geloof niet te vatten is in psychologische, sociologische, filosofische of wat voor wetenschappelijke taal dan ook. Het is een andere manier van zijn, in een dimensie die niet van deze wereld is, maar toch ons bestaan daarmee kan verbinden.

Laatst was ik op de “Sectordag” in Amersfoort een feest voor PC-GVO, HVO, IVO en RKVO docenten. Zeg maar de godsdienstleraren in het openbare basisonderwijs. Zij komen in contact met de volle breedte van de samenleving. Blanke kinderen, maar ook zwarte, Aziatische en Arabische. Oost en West, Noord en Zuid komen in onze basisscholen samen. Op deze sectordag sprak ik een lerares die een mooi verbindend woord had geleerd bij een studiereis door Israël: Yalla! Het betekent in alle Arabische talen, én in het Hebreeuws, het zelfde: “Kom op! Let’s go!” Het drukt enthousiasme uit en spoort mensen aan samen op te trekken. Zo kan een onbekend woord alleen al door de klank activeren en verbinden!

Met Pinksteren moet dit ook gebeuren! Laten wij dan ook deze Pinksterdagen eens luid Yalla! roepen. En kijken wat er dan gebeurt…

ds Matthijs de Vries

predikant Doopsgezinde Gemeente

Hemelvaart en Pinksteren

Op Hemelvaartsdag is heel Nederland vrij. Veel mensen plakken de vrijdag erbij aan, om zo van een lang weekeinde te kunnen genieten. Veelal trekt men er op uit en wordt er ergens een tent of caravan opgeslagen. Een beetje bevreemdende ervaring als je bedenkt dat de meesten van hen in het geheel niet zullen stilstaan bij de betekenis van wat er op die dag gevierd wordt.

Indien het gaat over iemand die ten hemel wordt opgenomen, zullen velen in onze tijd wellicht associaties hebben met UFO’s, of andere fantasieën. Hetgeen we op die dag als christengelovigen vieren is voor de meeste mensen in onze tijd letterlijk iets van een andere wereld geworden.

Met Hemelvaart horen we vanuit de heilige Schrift dat de leerlingen van Jezus een beetje verdwaasd naar de hemel staren. Hij is opgestegen. Waar is Ie nu precies heen gegaan? Naar de hemel. Maar wat kunnen we ons daar nu bij voorstellen? Een toekomstperspectief; een plaats of een toestand waar wij ook eens heen zullen gaan. Dat geloven wij als christenen. Het is voor ons, als gelovigen, al best ingewikkeld om ons hier een voorstelling bij te maken; laat staan voor niet-gelovigen.

Toch raakt het aan één van de diepste waarheden van ons geloof. Namelijk de hoop die wij hebben dat er na dit aardse bestaan nog iets komt. En niet zomaar iets, nee; dan zullen we ten vólle leven!

Hemelvaart attendeert ons er op dat ons geloof gebaseerd is op de blijde boodschap dat het uiteindelijk goed gaat komen; definitief en volkomen.

Toch is dit niet iets wat alleen maar een vaag beeld van een (verre) toekomst is die nog in het verschiet ligt. Als de Heer spreekt over zijn koninkrijk dan heeft Ie ook gezegd: “ja, het is er al”.

En dat heeft met Pinksteren te maken; de komst van de heilige Geest. Indien wij aanspraak willen maken op de hemelse heerlijkheid, dan zullen we er in het hier en nu al een basis voor dienen te leggen. Als we willen aansluiten bij het goddelijke leven in het hiernamaals, dan zullen we nu reeds dienen aan te sluiten met hoe het er daar aan toe gaat.

En hoe het er daar aan toe gaat, dat heeft onze Heer Jezus Christus laten zien, toen Hij onder ons op aarde vertoefde.

Hemelvaart en Pinksteren vallen in de mooiste tijd van het jaar: het frisse groen, de voorjaarsbloemen en het fluitenkruid langs de weg. De natuur herinnert ons er aan hoe mooi het leven is en dat het zich steeds weer vernieuwt. Dat dit ons ontvankelijk mag maken voor de heilige Geest, en dat die ons leven met een nieuw gelovig elan mag bekleden.

Jaap Scholten

pastor H. Christoffel Parochie

_________________________________________________________________

Meditatie maart  2017

HET LIED VAN ZIJN HART

 Ik zal hooguit vijftien zijn geweest! Misschien veertien? Het Paasfeest straalde ondefinieerbaar blijdschap uit. Gisteren, op de eerste Paasdag was de hemel strakblauw. Gele boterbloemen bevolkten de slootranden in onze polder. De kieviten waren nog aan het broeden en de grutto’s duikelden duizelingwekkend snel door de lucht. Ieder grassprietje, elke kluit aarde, elke bloemknop verkondigde:

Nieuw leven, opstanding, Pasen!

Hoe kon een mens niet geloven? Wat mooi, wat blij. Soms barste je bijna van blijdschap. Opstanding. Leven, altijd leven, nu en later. Onbegrensde mogelijkheid. En nu, vandaag op Paasmaandag, zat ik op de galerij van onze kleine  ‘boerengeloofsgemeenschap’. Ze noemen het geen kerkdienst, de gelovigen hier, maar Samenkomst. Beneden zag ik onze gemeenteleden. Boeren, middenstanders, bouwvakkers, enkele aannemers en een veearts. Ouderen, jonge gezinnen en veel kinderen. Vanaf de galerij keek ik naar hen.

Evangelische christenen, pinkstermensen, fundamentalistisch ingestelde mensen, die er best wel zwaar aan tilden en wat meer vrijzinnige gelovigen. Voorstanders van de volwassendoop en overtuigde kinderdoper. Het kon allemaal vreedzaam naast- en met elkaar bestaan in het kleine kerkje in ons dorp.

Ach, ik wist toen nog niet hoe dat allemaal heette, maar ik voelde de liefde en de geborgenheid. Ik zag beneden de witte, gele en rode strikken in de haren van de kleine meisjes en de fleurige jurkjes van de bakvissen. Wanneer ik mij hoofd een kwartslag draaide, keek ik door het galerijraam de polder in.

Ook nu weer straalde helder licht over de gouden weilanden. Het leek bijna full technicolor. Een vogel scheerde langs de zon. Was het een duif?

Vandaag op tweede paasdag werd de samenkomst traditiegetrouw verzorgd door het Leger des Heils, Er werd veel en mooi gezongen. Soms bliezen de koperen blaasinstrumenten de tonen hoog de hemel in. En toen volgde het getuigenis van soldaat van Dijk. Want preken deden ze niet zoveel bij het Leger. Soldaat van Dijk was klein, grijs en mank. Leek hij op Jacob, met zijn weelderige grijze haardos? Hij bleef niet staan – wij kenden geen preekstoel – maar liep het podium over, mank en wel.

Wat hij zei weet ik niet precies meer. Maar het ging over ‘die Ene’ ! En toen zong hij het lied dat ik nooit zal vergeten. En ik zág, ik hóórde en ik vóélde dat het waar was. Dat ene lied, het lied van zijn hart.

“Jezus, Jezus

’t Schoonste van al is Jezus

Zorgend voor mij

Altijd nabij

’t Schoonste van al

Is Jezus voor mij”

Dat lied landde ook in mijn hart. Zo’n vijftig jaar geleden.  Nu, zoveel jaren later, is het binnenkort opnieuw voorjaar. Een nieuwe lente, de winter is voorbij. Aan het einde van de lijdenstijd staat Goede Vrijdag. Jezus stierf voor onze zonden. En God wekte hem na drie dagen op uit de dood. Wanneer een mens zich veilig en geborgen voelt kan één lied, ja één enkel woord genoeg zijn. Straks, vieren wij opnieuw het Paasfeest. 

En we weten; De Heer is opgestaan – ja,  Hij is waarlijk opgestaan.

 

Hans Dickhof

Vrije Zendingsgemeente Beth -El