Meditatie

Meditatie Mei 2019

Denk aan de tijden van weleer,
Verdiep u in het verre verleden.
Vraag uw vader ernaar, hij zal vertellen;
Vraag de oudsten en zij zullen verhalen.
(n.a.v. Deut. 32:7-12)

“Opa, vertel nog eens over vroeger!….”.

Veel kinderen vinden het prachtig, wanneer opa’s dat doen:
Vertellen over vroeger.
Toen de wereld er zo heel anders uit leek te zien.
Toen er nog geen auto’s waren.
En geen tv’s, geen computers en smartphones.
En sommige opa’s of oma’s kunnen prachtig over die tijd vertellen.
Spannende verhalen.
Ondeugende streken…..

Wanneer kinderen ouder worden, moeten ze vaak niet meer zo veel van vroeger hebben.
Alsof toen alles zo mooi en goed was….!
Nee, gelukkig leven we nu.
En hebben met het verleden niet zo veel te maken.
Kerkgeschiedenis is bepaald geen geliefd onderwerp op catechisatie…..

Toch is het goed om het regelmatig wel over vroeger te hebben.
Niet zozeer om dat verleden op te hemelen.
-Alsof toen alles beter was en mooier-.
Maar omdat je uit dat verleden je God kunt leren kennen.

Gods daden uit het verleden houden je geloof levend.
Dat is de strekking van het lied dat Mozes in opdracht van God  aan het volk van God leerde.
Het verleden vertelt je over Gods macht;
Over Gods liefde;
Over Gods zorg.

Daarom leert Mozes aan de kinderen van zijn eigen en van latere generaties dat ze hun (voor)ouders en hun leiders moeten vragen om nog eens over vroeger te vertellen.
Over wat God vroeger gedaan heeft.
Daarbij konden deze ouderen/oudsten uit eigen ervaringen putten.
Ze waren er immers zelf bij geweest tijdens de woestijnreis en de intocht in Kanaän.
Ze hebben Gods macht, liefde en zorg in hun leven heel persoonlijk ervaren.

Dat past precies in de tijd waarin wij leven.
Jongeren verlangen naar ervaringsverhalen:
Vertel eens: wat heeft God in uw leven gedaan?
Kunnen we hen daarover vertellen?
Durven we dat?
Ouderen: vertel maar wat God in uw leven heeft gedaan!
Jongeren: durf te vragen (#dtv)
Want van vragen word je wijs.
En van “vroeger” kun je veel leren over onze God.

ds Harry Offereins

Meditatie Mei 2019

Bloempje in het koren

Het is lente; de boeren hebben op het land weer nieuwe gewassen gezet. Met veel zon en ook wat regen komt het op en gaat het groeien. Eerst het groen. Dan verschijnen de bloemen, zoals de korenbloem. Dat doet mij denken aan dat bekende Marialied waarin we zingen: “o bloemken blauw in koren”.

Een korenveld; dat is iets moois om van te genieten. Het veld zelf, met z’n wuivende halmen. Maar ook het groen er omheen en de bloemen die er langs groeien.

Het lijkt een beetje op een mensenleven. Het mooie van het gewone dagelijkse leven.

Met daarnaast momenten die extra kleur geven aan ons bestaan.

Dat we, in de dankbaarheid die we jegens onze Schepper hebben, en die in Maria zo mooi tot uiting komt, ook een stukje dankbaarheid voor ons eigen leven mogen ervaren.

pastoor Jaap Scholten

Meditatie April 2019

Het zevende teken

Ik ben de opstanding en het leven…..    (Johannes 11:25)

Deze woorden spreekt Jezus uit bij Bethanië.
Dat betekent ‘huis van de arme’, of ‘huis van ellende’.
Daar wekt Hij Lazarus uit zijn graf.
Hij is de broer van Martha en Maria, de twee zusters uit de kring van Jezus’ volgelingen over wie Lucas vertelt in zijn evangelie.
De naam Lazarus – ‘Eleazar’- betekent ‘God helpt’.
Kent Johannes hem uit de gelijkenis bij Lucas, waar hij als de arme met zijn zweren aan de deur van de (naamloze!) rijke man het onrecht van deze wereld uitbeeldt?
Dit is bij Johannes het zevende en laatste wonderteken.
Het woord ‘teken’ maakt al duidelijk: het gaat niet om een reanimatiestunt.
Bij ieder teken wil Jezus openbaren wie Hij voor ons wil zijn.
Als Hij brood geeft aan de menigte zegt Hij: Ik ben het Brood des levens, dat uit de hemel is neergedaald.
Als Hij een blinde de ogen opent openbaart Hij zich als het Licht van de wereld.
En bij dit zevende teken onthult Jezus zich als de Opstanding en het Leven.
Dit verhaal staat midden in het Johannes-evangelie en vormt het hoogtepunt van het eerste deel.
Alles stuwt toe naar dit teken.
Alles wat Jezus zegt, doet en zelf is betekent niets anders dan: overwinning van het leven op de machten van de dood.
Opstanding is Gods antwoord op kwaad en zonde in deze wereld.
Jezus had tegen Martha gezegd: Lazarus zal opstaan.
En Martha had toen gezegd: jazeker, Heer, dat weet ik, eenmaal, op de jongste dag.
Maar toen had Jezus dus gezegd: ‘Ik ben……….’
Ja en dan kun je aan niets anders denken dan aan de openbaring van de Godsnaam bij de brandende braambos, aan Mozes. ‘Ik ben zoals Ik er zijn zal…’ ‘Zeg maar: ‘Ik zal er zijn’ heeft mij tot jullie gezonden….
In zijn concrete persoon openbaart Jezus wie God voor ons wil zijn.
De opwekking van Lazarus wil daarvan een illustratie zijn.
Johannes schrijft daarover heel sober.
Het is de stem van Jezus die hem uit zijn graf roept.
Lazarus moet dan letterlijk worden ‘ont-wikkeld’, uit de doeken gedaan – moet zelf weer nieuw leren zien en zich bewegen.
En dat is precies wat gebeurt als Jezus voor ons de ‘opstanding en het leven’ wordt.

Met dit zevende teken begint zich de tweede helft van Johannes-evangelie te ontvouwen.
Jezus wekt geloof bij het volk en dat is voor de leiders aanleiding plannen te beramen die zullen leiden tot het Kruis.
Dit zevende teken wordt opgericht in een wereld die maar doordraait en waarover dat Kruis nog steeds zijn slagschaduw werpt. Lazarus zal dat moeten aanzien en zelf opnieuw moeten sterven.
Maar toch vertelt dit teken van Liefde die alle dood overwint.
In verschillende bewoordingen klinkt dat woord ‘liefhebben’:
Lazarus, wien Jezus liefhad.
Martha en Maria, die Jezus liefhad….
Liefde zoekt zichzelf niet, wil de ander in het leven behouden en heeft altijd iets in zich dat zegt: ‘ik wil niet dat je doodgaat’.
Met die liefde geeft Jezus zichzelf voor de wereld.
Deze liefde maakt het Kruis tot een troon, van waar af Hij de wereld regeert.

ds Gerrit van den Dool (Willemsoord)

Meditatie Maart 2019

Bij Lucas 15:11-32 – De verloren zoon – Vergeven

Veertig dagen op weg naar Pasen. In die serie zondagen ook het verhaal dat we meestal noemen ‘het verhaal van de Verloren zoon’. Maar daarbij de vraag wie nou eigenlijk de verloren zoon is.

Het verhaal gaat over vergeven. Daarbij opmerkelijk dat de jongste zoon nog niet eens thuis is aangekomen. In de verte ziet zijn vader hem en rent hem tegemoet. Zo is deze vader.

De oudste zoon weet er geen raad mee. Hij kan niet blij zijn. Ook hij zal tot verzoening moeten komen, maar kan dat kennelijk niet.

Wij hebben te vaak een oordeel. Als het gaat om ras, volk of geloof, dan zijn we snel geneigd om onszelf beter te vinden. Met de woorden van de oudste zoon: “Maar nu die zoon van u is thuisgekomen….”. In die woorden klinkt zijn eigen superioriteit door.

Daar waar wij ons ras, volk, maar zeker ook ons geloof, beter vinden dan dat van de ander, zijn feitelijk wij de verloren zoon.

 Ds. Sander van ’t Zand

Meditatie Februari 2019

De reis van Jezus (Lucas 13:33a).

In zijn evangelie doet Lucas verslag van de reis van Jezus naar Jeruzalem.
Wat hij in hoofdstuk 13 vertelt, speelde zich af in het in het gebied aan de overkant van de Jordaan, in Perea. Daar had Herodes Antipas het voor het zeggen. Jezus was dus in het gebied van Herodes.

Herodes was er niet blij mee dat Jezus in zijn gebied Zijn werk deed en veel mensen op de been bracht. Hij had een hekel aan onrust. Hij had er dan ook alle belang bij om van Jezus af te zijn.

Om dat te bereiken bedreigde hij Hem door middel van enkele farizeeën met de dood.
Hoe reageerde Jezus daarop? Jezus was er totaal niet van onder de indruk en Hij vertrok dan ook zeker niet uit het gebied van Herodes omdat Herodes dat wilde. Hij vertrok op Zijn eigen tijd.

Jezus liet tegen Herodes zeggen: Doch Ik moet heden en morgen en de volgende dag reizen (vers 33). Het moeten is het moeten van Gods plan. Jezus wilde Zich aan Gods plan houden. De drie dagen waarin Jezus nog in het gebied van Hero­des zou werken waren tegelijk ook drie reisdagen. Die behoorden bij de reis van Jezus naar Jeruza­lem.

Voor Jezus was de reis naar Jeruzalem geen ontspannen toeristisch uitstapje. Hij moest in Jeruzalem lijden en sterven.

Als we in Jezus geloven mogen wij ons persoonlijk betrokken weten bij de reis van Jezus naar Jeruzalem. Hij ging naar Jeru­zalem om te lijden en te ster­ven voor onze zonden. Zijn sterven is ons leven.

Door het geloof in Jezus zijn wij op weg naar het nieuwe hemelse Jeruzalem dat als Jezus terugkomt uit de hemel zal neerda­len op de nieuwe aarde. Dat is ons reisdoel.
Als we met Jezus reizen, betekent dat niet dat onze reis dan altijd makkelijk zal zijn. Maar Jezus gaat ons voor en Hij bewaart ons op onze reis. Hij heeft ons weliswaar geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.

ds K. Jonkman.

Meditatie Januari 2019

Houd het vol !

Een bemoedigend verhaal, als het gaat om volhouden in ons geloof vind ik het bijbelverhaal wat we kennen als de onrechtvaardige rechter. Dit verhaal kunnen we vinden in het evangelie van Lucas 18, 1-8. Het verhaal geeft mij in ieder geval de kracht en hoop om vast te houden aan mijn vertrouwen in God. En ik hoop van harte dat het u en jou ook lukt.

In dit korte verhaal verwijst Jezus naar de vasthoudendheid, die noodzakelijk is als het om geloofszaken gaat. In dit geval gebruikt Jezus als voorbeeld het bidden.
Heel vaak hebben we het gevoel dat ons bidden er niet toe doet. Dat het allemaal niet helpt. Dat het allemaal tevergeefse moeite is, en met onze gebeden toch niets gedaan wordt. Waarom zou ik nog bidden, hoor ik nog weleens om mij heen zeggen. Ik heb zo vaak gebeden, en het heeft allemaal niets uitgemaakt.
Er komt ook meestal niet een direct antwoord op onze gebeden, het is niet zo dat wij vragen en verhoring volgt gelijk.
Toch wordt ons gezegd dat we het vol moeten houden, omdat uiteindelijk het verhoren een tijd van lange adem kan zijn.

En we weten ook dat het soms lijkt of gebeden verhoord zijn. Als er toch uitkomst komt in een moeilijke situatie, als er tocht een sprankje licht gloort in een hopeloze situatie, als we toch soms dingen in de wereld, hoe klein ook, zien veranderen. Als we toch het gevoel hebben dat wat is niet altijd hoeft te blijven.

Het is echt belangrijk om het bidden vol te houden, alleen of met elkaar. Het helpt echt en het kan wat teweegbrengen.

In ons bidden gaat het niet alleen om vragen maar we kunnen natuurlijk ook danken, voor alle kleine dingen, voor alle zegeningen, die je mag ontvangen. We leggen aan God natuurlijk vaker voor de dingen, die niet goed gaan, of waar we ons zorgen over maken, maar het is ook goed in onze gebeden te blijven danken. Het is goed om te blijven zien dat er ook heel veel goede dingen gebeuren.

Daarom ook dit verhaal met boodschap: blijf vooral bidden, blijf in contact met de Eeuwige God, die met ons wil zijn en blijven.

Ds. Eric van Veen, Steenwijkerwold