Meditatie

Meditatie juli 2020

Daar waar de hemel de aarde even aanraakt

De bezoekers aan het Heilig Land herinneren zich vaak een speciale dierbare plaats, waarvan het soms moeizaam te omschrijven is, waarom het juist die plek was, die je raakte.
Zo fascineert mij de crypte in de St. Joseph’s Church in Nazareth, die als een geestelijke magneet aan mij trekt.
Terwijl de gids mijn  groep ons naar beneden vergezelde, vertelde hij over wat wij daar vóór ons zagen.
Restanten van iets dat een werkplaats en in een later stadium een groot doopvont geweest moet zijn.
In de diepte van dat grote drooggevallen doopvont zag ik alleen wat briefjes liggen, keurig opgevouwen, misschien met de ijdele hoop, dat de voormalige bewoners Jezus, Maria en Jozef er in een onbewaakt ogenblik kennis van zouden nemen.
Aangezien het logeeradres van onze groep pelgrims vlakbij was, ben ik teruggegaan op een moment, dat er niemand meer afdaalde.
Zittend in een stil hoekje verdwenen voor mijn gevoel de hekken en de glasplaten die de grijpgrage en verzamelzieke handen van voorbijgangers moeten beteugelen; dat alles leek plots verdwenen te zijn.
Daar in een hoek zie ik een kind in de werkplaats met wat stukjes hout spelen en zijn moeder kijkt toe, tot het moment dat zij alleen samen zijn.
Ze hebben geen weet van de afgedaalde en toekijkende pelgrim. “Yeshua mijn kind, luister eens, ga eens even zitten. Ik moet je iets vertellen”.
Het zou zomaar kunnen, dat het zo gegaan is. Er zullen toch ongetwijfeld momenten geweest zijn, dat ze haar Zoon verteld zal hebben over de engel Gabriël, die aan haar en Jozef was verschenen.
En over het ja-woord dat zij aan hem en dus aan Hem gaf.
Over de engelen die gezongen hebben boven de velden van Efrata.
Hoe de hemel open ging en hoe de velden hemels verlicht waren geweest, ook al was dat maar even.
Over de herders, die zich verdrongen om Hem te zien, hoe wijzen door de knieën gingen en Koninklijke gaven achterlieten.
Wat zal de band van Maria met haar Zoon onvoorwaardelijk geweest zijn, onafscheidelijke bloedverwanten.
Ineens zijn de hekken en de glasplaten weer terug en worden er toch nog wat voetstappen gehoord van verlate toeristen.
Op hun gezichten las ik de teleurstelling af.
In de bescheidenheid van de ruïne werd door hen niets meer herkend en al zeker niet vermoed.
In een flits werd nog een enkele smartphone gepakt voor het plaatje voor thuis.
Het luidruchtige gezelschap houdt het na enkele minuten voor gezien.
Ze deden mijn visioen brutaal verdampen.

Wijlen Toon Hermans lijkt met eenzelfde verlangen gestoeid te hebben.
Misschien heeft hij ook ergens in een stil hoekje gezeten, op zo’n plaats waar de hemel de aarde aanraakt, toen hij zichzelf in het gedicht ‘Jezus’ de volgende vragen over Jezus van Nazareth stelde:

Ik heb Zijn beeltenis maar vaag in mijn gedachten,
en ik weet haast niets van hoe Hij sprak en hoe Hij keek,
‘k zou willen weten hoe Hij liep en hoe Hij lachte,
‘k zou willen weten hoe Hij door Zijn haren streek.

Ik zou willen weten of Hij appels at of noten,
en hoe Hij hoestte als Hij bij de oever stond,

hoe Hij Zijn baard geknipt heeft en Zijn neus gesnoten
iets van Zijn oogopslag, Zijn tanden en Zijn mond.

En hoe Hij sliep en hoe Hij heeft ontbeten,
en of Hij koffie dronk of thee bij het ontbijt,
en of Hij wel eens met de deuren heeft gesmeten
en of Hij hield van knoflook of van zoetigheid.

Maar ik ruik wierook, plechtig klinkt in alle talen,
wat Hij gezegd heeft, en ik verdwaal in mijn gebed
want ik zoek de kleuren van Zijn kleed en Zijn sandalen,
ik zoek gewoon de Man van Nazareth.

pastoor Theo L.M.M. van der Sman.

Meditatie juni 2020

Vakantie

We leven steeds meer in een 24 uurs-economie.

Alles moet zo efficiënt mogelijk gebeuren; zegt men.

Dat komt voort uit een gedachte dat alles functioneel dient te zijn. Agenda’s, ook die van kleine kinderen, staan vaak helemaal vol; om de tijd maar zo nuttig mogelijk te kunnen besteden. En zelfs hoor ik mensen zeggen dat ons geloof alleen maar van belang zou zijn, in hoeverre het een nuttige bijdrage levert aan onze samenleving.

Zijn we niet beetje aan het doordraaien, in onze misschien wel al te efficiënte samenleving? Laten we wel wezen: wanneer genieten we nu het meeste? Op een moment dat we ons nuttig aan het maken zijn?

Of juist op die momenten dat er even helemaal niets hoeft, en we doen waar we zin in hebben?

Ja, wat is eigenlijk de zin van dit leven?

De oude katechismus was daar heel duidelijk over: “Wij leven om God te dienen en om hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn”.

Nu kun je zoiets natuurlijk op verschillende manieren invullen.

Maar de nadruk ligt toch op dat ‘gelukkig zijn’.

Het is goed dat er vakanties zijn. Die helpen ons er aan te herinneren dat wij niet in eerste instantie geschapen zijn om functioneel te zijn, maar dat we er mogen zijn als mens. En vanuit een gelovig perspectief: dat God van ons houdt; onvoorwaardelijk.

Ik vraag me wel eens af: hoe zal het er in de hemel aan toe gaan?

Zou het zo zijn, dat als we daar aankomen, dat we meteen een verfkwast in de hand krijgen gedrukt, met de mededeling: “zo ga jij de hemelpoort maar eens even opschilderen? Of dat we een andere functie krijgen toebedeeld om de hemel, die natuurlijk onwaarschijnlijk prachtig zal zijn, om mee te helpen om al die pracht en praal in stand te houden?

Welnu, dat lijkt me niet. Een basisgegeven van ons geloof is immers, dat het uiteindelijk niet van ons afhangt, maar van God.

En die zal er voor zorgen dat we daar geweldig zullen kunnen genieten.

Hoe? Geen idee.

Maar ik hoop dat de zomermaanden voor velen van ons een tijd van reflectie mag zijn. Waarin we dichter bij de essentie van ons bestaan komen. En dat het er niet om gaat wat we doen, maar wie we zijn.

Jaap Scholten

Meditatie Mei 2020

Overdenking

Die ver is, is nabij
(Uit: Liedboek 273:1)

Blijf zoveel mogelijk thuis;
Houd minimaal 1,5 afstand.

Deze woorden klinken al weken in allerlei toonaarden.
Beide vinden veel mensen moeilijk.
Steeds weer horen en lezen we berichten over plekken waar toch teveel mensen komen.
En over mensen die onvoldoende afstand houden.
Blijkbaar hebben we behoefte aan nabijheid.
Zeker op momenten waarop we het moeilijk hebben.
Wat zou je graag die ander opzoeken
Die oudere, die zieke, die eenzame medelander.
Gelukkig zijn er wel mogelijkheden tot contact.
Ook op anderhalve meter afstand kun je prima een gesprek voeren.
We kunnen (video-)bellen;
Zwaaien vanachter een raam.

Afstand moeten houden voelt ongemakkelijk.
En we kunnen niet tegelijk afstand houden èn nabij zijn.
Want we zijn God niet.
Hij is op afstand (hoogverheven in de hemel) en tegelijk heel erg dichtbij.
Hij legt op moeilijke momenten zijn hand op onze schouder (Ps. 139)
Door zijn Geest woont Hij in ons.
Als Trooster werkt Hij in ons hart.
Hij hoeft nooit afstand te houden.

We hebben Goede Vrijdag gevierd.
In de 40 dagen-tijd stonden we stil bij de weg die Jezus ging om Gods nabijheid mogelijk te maken.
Hij werd door God verlaten, opdat wij nooit meer door Hem verlaten zouden worden.
Wat moet dat voor Jezus erg zijn geweest:
Totaal geen contact meer met zijn Vader!
Maar wij mogen daarvan wel dankbaar de vruchten plukken:
God is altijd heel dichtbij!

H. Offereins

 Meditatie April 2020

PASEN

In de nacht van Stille zaterdag gebeurt het: de overgang van donker naar licht, van paars naar wit, van wanhoop naar hoop, van dood naar leven.
Het verhaal, het evangelie van Pasen, hebben wij mensen nodig. Zeker in deze tijden van het coronavirus. De onzekerheid, die het met zich meebrengt, ziekte en zoveel doden, wereldwijd.  Er is meer angst dan rust. Meer verdriet dan vreugde. Meer dood dan leven.

En toch.
De nacht van Stille Zaterdag is anders door de dag die er op volgt.
Het is de nacht van de ontsluiering, van de herschepping.
Het is de nacht van de tweede Adam.
Het is de nacht van Hem, die het Licht der wereld wordt genoemd, waarvoor het nacht’lijk duister zwicht.
Hij die kwam om de schaduwen te beschijnen.
In Hem neemt God Zijn Schepping opnieuw ter hand.
In het lijden en sterven, van onze Heer Jezus Christus, en in Zijn opstanding ziet God naar ons om in onze wanhoop, in ons verdriet.
Pasen vertelt, God is ons nabij juist ook in deze corona-tijden.
Pasen vertelt, God is ook ons nabij, juist tot in de dood. Ja, door de dood heen.
Eens doorbraken Gods Scheppingswoorden de kille stilte van het woeste en lege.
Met Pasen, met de opstanding van onze Heer, doorbreekt God de kille macht van de dood.
Een overwinning op het toekomstloze.
Op het kwaad. Op het zinloze en tevergeefse.
De overwinning van de Eeuwige op het vergankelijke.
Van het Licht op het donker.
In al het duister van de wereld, in bizarre corona-tijden in al het donker van ons leven,  mogen we uit dat Paasevangelie kracht putten.

Ds. Bob Haanstra

Meditatie Maart 2020

Het paradijs herwonnen

`…..En Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem` (Marcus 1:13)

Op de eerste zondag van de Veertigdagentijd leest de kerk vanouds over Jezus’ verzoeking in de woestijn.
Je kunt in plaats van ‘verzoeking’ ook zeggen: ‘beproeving’.
Dat zijn twee kanten van één zaak.
De ‘duivel’ (diabolos, verwarringstichter, uiteindrijver) verzoekt ons, brengt ons in verleiding, om ons van de goede weg af te trekken.
God kan ons beproeven om ons op de goede weg sterker te maken.
Iemand schreef eens: als God ons beproeft doet Hij dat om ons van de duivel af te helpen.
Als de duivel ons verzoekt doet hij dat om ons van God af te helpen.
Dit verhaal volgt onmiddellijk op Jezus’ doop.
De Geest die Hij daarbij ontving, drijft Hem de woestijn in.
Daar vindt de confrontatie plaats: wat is wel en wat is niet de weg van God in deze wereld?
De verzoeking is een Messias te worden van de goedkope oplossingen en het snelle succes.
Dat dit verhaal voorop staat in de Veertigdagentijd had te maken met de inwijding van geloofsleerlingen, op weg naar de Paasnacht waarin zij zouden worden gedoopt.
De boodschap is duidelijk: Geloven betekent niet dat je in een “stormvrij gebied” komt.
Integendeel, juist wie voor de weg van God kiest, wordt “interessant” voor de duivel, hoe je die antimacht ook mag verstaan.
Hoe gemakkelijk kunnen we ons niet laten ‘beduvelen’ door stemmen die een appèl doen op ikgerichte verlangens die we allemaal kennen.
In tegenstelling tot Mattheüs en Lucas vertelt Marcus niets over hoe we ons die beproeving van Jezus moeten voorstellen.
Waar het om gaat is dat Jezus de verzoeking weerstaat en als overwinnaar te voorschijn treedt.
En als enige vertelt Marcus dan: “En Hij was bij de wilde dieren en de engelen dienden Hem.”
Midden in de woestijn ontstaat even een stukje paradijs.
De wilde dieren zijn niet meer bedreigend en de engelen laten de hemel even op aarde komen.
In een schijnbaar godverlaten wereld, die met zoveel chaos, onverschilligheid en geweld voor teveel mensen is als een woestijn, is er hier Één die overwicht heeft over de boze.
Omdat Hij de weg van God gaat:
niet van eigen belang en eigen glorie maar van de dienstbaarheid;
niet met liefde voor macht, maar vertrouwend op de macht van de Liefde;
niet uit op zelfhandhaving maar bereid zich te geven, tot in de dood.
Voor ons, maar zo ook: voor ons uit, want: niet zonder ons!
Op die weg worden alle dingen nieuw, komen ze in nieuw hoopvol licht te staan.
Het is het licht van Pasen – niet de dood maar het Leven heeft het laatste woord.
In dat licht mogen wij gaan.

Ds. Gerrit van den Dool (Willemsoord)

Meditatie Februari 2020

Het is wat met ons. We hebben er met zijn allen wel een potje van gemaakt met al onze verschillende kerken. Dat valt voor mij niet te begrijpen en je kunt het niet uitleggen. Je bent allemaal christen en toch zo verdeeld.

Het menselijk eigen gelijk telt zwaarder dan de eenheid, het is een droevige conclusie. Hoe kunnen wij onze opdracht vervullen van gerechtigheid, vrede, omzien naar de onze naasten als we zelf niet een zijn.

Op 19 januari hield de Raad van kerken in Steenwijk haar oecumenische dienst in het kader van de week van gebed van de eenheid. We bidden om eenheid en leggen dat bij God neer. Maar spannen we God dan eigenlijk niet voor onze eigen karretje van de verdeeldheid. Als we echt eenheid willen, dan zullen we zelf stappen moet zetten, over onze schaduw heen springen en op die weg naar eenheid zullen we merken dat God ons helpt.

Het blijft jammer en onverteerbaar dat we als kerken niet over de drempel van het eigen gelijk kunnen stappen om met zijn allen bijvoorbeeld samen de oecumenische dienst te vieren om zo een krachtig signaal naar alle christenen en naar samenleving af te geven van echte eenheid.

WIJ MOGEN HIER OPNIEUW BEGINNEN

Wij mogen hier opnieuw beginnen
vanuit wat was nu verder gaan
tot waar de liefde ons kan brengen;
alle oud zeer heeft afgedaan.

Ons wil de geest van Christus raken,
die ons de macht van liefde toont,
die het verschil zal kunnen maken
als nieuwe hoop weer in ons woont.

Laten wij door die geest gedreven
weggaan uit alles wat ons bindt
aan pijn en schuld, en ons begeven
op nieuwe wegen, welgezind.

Want Christus leeft en zal ons voorgaan,
hij geeft ons mee wat liefde doet.
Wij mogen hier opnieuw beginnen
want God maakt alles nieuw en goed.

In dit geloof staan wij hier samen,
geven elkaar wat liefde doet.
Wij mogen hier opnieuw beginnen,
want God maakt alles nieuw en goed

ds Eric van Veen

Meditatie Januari 2020 

God zal met ons zijn (Jozua 1:5b).

Wij zijn weer een nieuw jaar begonnen. We kunnen om bepaalde redenen uitzien naar het jaar 2020, maar er kunnen ook één of meerdere redenen zijn waarom we er tegenop kunnen zien.

Met het oog op de toekomst worden we in Jozua 1:5 door God Zelf bemoedigd.

Het is het moment waarop Mozes is gestorven en Jozua hem is opgevolgd als leider van het volk Israël. Mozes heeft het volk geleid door de woestijn tot aan de grens van Kanaän en Jozua moet het volk het land binnenleiden.

Dat was voor hem een zware opdracht. Jozua zal er vast  tegenop hebben gezien. Hij moest een groot leider opvolgen en hij moest met het volk de vijanden in Kanaän verslaan om in het land te kunnen wonen. Daar kwam nog bij dat hij leiding moest geven aan een volk, dat het van tijd tot tijd z’n leiders bepaald niet gemakkelijk maakte.

Maar Jozua hoefde dat alles niet alleen te doen. De HERE Zelf gaf hem een geweldige belofte: Zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn.

Zoals God was, zo zal Hij zijn. Hij blijft Dezelfde tot in eeuwigheid.

De Here zegt tegen ons: zoals Ik in 2019 met u geweest ben, zo zal Ik ook in 2020 met u zijn. In Jezus is God met ons. En Jezus Zelf heeft ons beloofd dat Hij met ons zal zijn al de dagen van ons leven.

Wij weten niet wat we zullen meemaken in 2020, maar één ding mogen we zeker weten en dat is, dat we Gods belofte van Zijn nabijheid hebben. Daar mogen en moeten we op vertrouwen.

Met die belofte kon Jozua verder en met die belofte kunnen wij nu verder.

ds Koen Jonkman.