meditatie

Meditatie juni 2021

Over een oog dat mij niet ontgaat

Velen in het stadje Hasselt hadden zich al meer dan eens de vraag gesteld, hoe die grote pastorie van de katholieken, aan de rand van het oude centrum, er van binnen uit zou zien. Terwijl ik tijdens mijn verhuizing een groot Heilig Hart beeld naar binnen droeg, keken op straat een ouderling van de grote kerk en zijn vrouw toe. “Ik zou best wel eens binnen willen kijken, we lopen hier al jaren langs en stellen ons de vraag hoe het er binnen uitziet?”, was de vraag van man in een statig zwart pak. Enkele weken later zat het echtpaar bij mij aan de koffie, met verbazing kijkend naar de verschillende heiligenbeelden, die hen vanaf hun consoles meewarig aan leken te kijken, iconen, met de heiligen van achter hun venster van de eeuwigheid, keken mee als het aanschouwelijk onderwijs waar de reformatie lang geleden ooit een streep door trok. Het bericht ging als een lopend vuur door Hasselt en omgeving, dat de pastorie en het naastgelegen kerkje nu toch wel bijzonder laagdrempelig waren geworden. Daarna werd het druk, plaatselijke predikanten, (belijdenis) catechisanten en Christelijke vrouwenverenigingen meldden zich voor een rondleiding aan. Zo ontsponnen zich interessante gesprekken over verschillen en overeenkomsten in geloofbeleving en traditie.

Een bezoeker vroeg mij: ‘Waarom meldt u zich niet aan voor het programma BinnensteBuiten van de KRO-NCRV?’ Voor ik er erg in had, kwam de cameraploeg bij mij een volle dag op bezoek voor een speciale Kersteditie, de avond van de Tweede Kerstdag 2019. Die dag werd de éne na de andere opname gemaakt en langzaamaan was ik nieuwsgierig, wat ze televisiekijkend Nederland van die twee uur opnametijd zouden tonen en wat vooral niet. Ik vertelde voor de draaiende camera iets over de theeblikken in de keuken, licht blauwe trommels van Van Nelle. Nee, reclame maken mocht niet. Mijn verhaal over de helderziende gaven van mijn moeder haalde de uitzending al evenmin. Maar mijn grote vraag bleef, wat laat ik zien en wat zeker niet, wat mag men weten en wat moet geheim blijven. Om enkele kijkers niet op een bijzondere gedachte te brengen, werden sommige schilderijen wazig gemaakt (geblurd), en mijn alarminstallatie kwam met opzet lang in beeld. Maar veel heb ik buiten beeld geplaatst of zelfs voor onbekende ogen verborgen. En God dan? Hij weet en ziet toch alles! Zo leerde ik het vroeger, als een oog, dat mij overal volgde vanuit een driehoek die in de kerk zat. Ik denk aan Psalm 139, geschreven voor een koorleider, die vijf en vijftig keer aangeduid wordt in het psalmenboek – de opperzangmeester van David in de tempel, die juist geruststellend jubelt over God die alom tegenwoordig is: ‘Heer, Gij doorgrondt en Gij kent mij, Gij weet van mijn zitten en opstaan’. Voor God is er niets, waar Hij zich niet bewust van is. Hij is niet zoals mensen met hun beperkte kennis.

Plotseling voelde ik als gelovige juist een veiligheid bij de gedachte aan Gods alwetendheid. Want immers dan kent Hij ook de behoefte van elke gelovige en Hij belooft aan die behoefte te voldoen. Zo worden allen die hun vertrouwen in hem hebben gesteld, getroost door de gedachten aan zijn alwetendheid. Alles heb ik snel teruggeplaatst, gescheurd, gebroken, beschadigd of onder het stof. God heeft er beslist weet van en ik hoef geen angst te kennen en vooral niets meer te verbergen.

Theo van der Sman

Em. pastoor.

Meditatie mei 2021

TUSSEN PASEN EN HEMELVAART

Lezen: Johannes 21: 1 t/m 19

Jezus is opgestaan, Hij leeft en toch lijken de discipelen hun oude vak weer op te nemen: vissen. Maar ze vangen niets. Het oude leven wil hen blijkbaar niet terug. Maar dan roept een onbekende over het water. ‘Gooi het net over de andere boeg’. En de netten raken vol. De onbekende is de Heer. Er worden 153 vissen gevangen.

De getalswaarde voor het woord Jaweh (dat is God) in het Hebreeuws is: 17. Het getal 153 is drie in het kwadraat maal 17. Dat wil zeggen de drie-eenheid tezamen met de Godsnaam. Ook het driehoeksgetal van 153 is 17. Het driehoeksgetal bereken je door 1+2+3+ enz op te tellen totdat je 153 hebt. Dat laatste op te tellen getal is 17.

Maar er is meer. 153: is de getalswaarde van de Hebreeuwse woorden voor: ‘Kinderen van God’. Een grote vangst. Het gaat God om alle mensen. Opgevist uit het water, uit dreiging, uit chaos. Gebracht op de oevers van heil.

En daarna wordt Petrus gerehabiliteerd. Jezus vraagt tot driemaal toe:’ Simon (dat is Petrus) heb je Mij waarlijk lief’? En Petrus beaamt dat. En de verloocheningen (3x ‘Ik ken Hem niet’) worden omgezet in herderlijke en missionaire taken: weiden en hoeden.

Een verhaal als een opmaat naar Pinksteren. Het feest van Gods Geest. Het feest waarop alle de discipelen apostelen worden en daarmee ‘vissers van mensen’.

Ds. Bob Haanstra

Meditatie april 2021

Pasen: het keerpunt.

Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft Hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop.
(1 Petrus 1:3)

Even was er sprake van dat vanaf de Paasdagen de terrassen in Nederland weer open zouden mogen.
Wordt Pasen een keerpunt? Stond er boven het bericht in Het Parool.
In het Kamerdebat dat volgde op de mededelingen van het kabinet merkte Gert Jan Segers even terloops op, dat Pasen 2000 geleden al het keerpunt in de geschiedenis is geweest.

Petrus kan zich die Paasdag nog goed herinneren.
Zijn leven was sinds Goede Vrijdag compleet in lockdown:
Jezus, van wie hij zoveel verwachtte: gekruisigd, gestorven, begraven;
En hijzelf had in dat gebeuren een weinig verheffende rol gespeeld:
Ik ken die man niet!
Het liefst kroop Petrus zover mogelijk weg in een hoekje.

50 Dagen later was het Pinksteren.
Diezelfde Petrus stond vrijmoedig in de tempel te preken over Jezus:
God heeft Hem tot leven gewekt! (Hand. 2:24)

Pasen was het keerpunt.
Voor Jezus: Hij liet zien dat Hij sterker is dan de dood;
Voor Petrus -en voor ieder die gelooft-: Er is hoop, want Jezus leeft en Hij regeert;
We zijn onderweg naar een bestaan zonder beperkingen.
Die hoop moet al ons leed verzachten;
Komt, reisgenoten, ‘t hoofd omhoog!

Ds. Harry Offereins

Meditatie maart  2021

Ook Jezus was bang (Johannes 12:27).

Je kunt gebeurtenissen die nog moeten plaatsvinden alvast in je agenda zetten, zoals een onderzoek in het ziekenhuis, een examen, een verjaardag of een vergadering. Maar wij weten van tevoren nooit zeker of iets door kan gaan, zoals we het ons hebben voorgesteld. Dat hebben we in de coronacrisis wel gemerkt.

Jezus wist wel van tevoren dat Hij zou moeten lijden sterven.

Daar zag Hij heel erg tegen op. Hij zegt namelijk: Nu ben Ik doodsbang. Dat zegt Hij met het oog op zijn aanstaande lijden en sterven.

Er staat een woord dat aangeeft dat Jezus er ondersteboven van was.

Er zijn zaken waar ook wij ondersteboven van kunnen zijn.

Dan staat Jezus in Zijn emotie heel dicht bij ons. Jezus deed Zich niet sterker voor dan Hij Zich voelde. Hij benoemde Zijn angst. Dat mogen wij ook doen.

Jezus sprak Zijn angst uit én Hij bad in Zijn angst. Maar Hij wist niet goed wat Hij moest bidden. Hij was aan de ene kant heel bang voor het lijden en sterven en aan de andere kant wilde Hij graag de wil van God doen.

En die tegenstrijdige gevoelens horen we terug in Zijn gebed: Wat moet Ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan Mij voorbijgaan?

Ook wat betreft staat Jezus dichtbij ons. Wij weten soms ook niet wat we wel en wat we niet moeten bidden.

Jezus geeft Zelf al biddend het antwoord door Zich ervan bewust te zijn dat Hij nu juist is gekomen om te lijden en te sterven.

Jezus was van harte bereid om de weg van het lijden en sterven te gaan met het oog op ons. Hij is voor ons en in onze plaats gestorven. Hij is onze Borg die onze schuld heeft betaald en ons ervan heeft bevrijd. Hij wilde niet gered worden van het lijden en de dood om ons te redden.

Daarin zien wij Zijn grote liefde voor ons.

Als wij bang zijn, dan kan iemand anders goedbedoeld weleens wat al te makkelijk dingen zeggen waar je je niet in herkent en dan kun je zeggen: je moest zelf maar eens meemaken wat ik meemaak en voelen wat ik voel.

Dat kunnen we nooit tegen Jezus zeggen. Onze angst is niet groter dan de angst die Hij heeft gehad. Hij kan ons daarom als geen ander aanvoelen.

Na Zijn opstanding uit de dood is Hij naar de hemel gegaan. Nu is Hij vanuit de hemel bij ons. Hij helpt ons en houdt ons vast. Met Jezus zijn we veilig tot in eeuwigheid. Veilig in Jezus’ armen.

Ds. Koen Jonkman.

Meditatie februari   2021

De Handen van Christus.

Bij het schrijven van deze overdenking zat Nederland in een Lockdown vanwege de Corona-pandemie. We mochten elkaar zo min mogelijk bezoeken en vele kerken waren dicht. Er was veel eenzaamheid onder ouderen en jongeren. En toen moest ik denken aan een verhaal dat ik een paar jaar geleden las, en dit wil ik graag met u delen:

Onlangs hoorde ik dat er in een door de oorlog getroffen kerk iets heel vreemds te zien was. Daar stond een Christusbeeld, maar de handen waren eraf geschoten! Toen de oorlog voorbij was heeft men het beeld schoongemaakt en weer op zijn plaats gezet, maar men heeft de handen er niet meer aangemaakt, het is nu een ,,Christus zonder handen”. Maar men heeft aan dit beeld een bordje bevestigd met deze woorden: Mijn handen zijt gij.

Daar sta je dan ineens voor te kijken, daar valt je blik op, zomaar in de vakantie in het buitenland. Kijk, daar staat een heel eenvoudige werkman bij het beeld te kijken, zijn oude fiets wacht voor de kerk.

Daar staat ook een heel deftige dame, die even uit haar wagen is gewipt.

Daar staat ook een buitengewoon chic heer, die zich zo bijzonder voor oude kerk-interieuren interesseert.

Daar staat ook een oud vrouwtje, tandeloos en met een omslagdoek.

Daar staat een meisje, zo mooi gekleed en haar haar zo keurig, dat ze een levende reclame is voor haar coiffeurszaak!

Daar staat ook een jongen met een grote scheur in zijn strakke spijkerbroek en verwarde haren!

En ze kijken naar het beeld.

Mijn handen zijt gij.

De handen van Christus. Wat hebben ze veel gedaan.

Ze hebben gesteund en gesterkt, ze hebben gezegend en uitgedeeld!

Ze hebben zich omhoog. geheven tot het gebed, ze hebben zich uitgestrekt tot armen en ellendigen, tot paupers en paria’s.

De handen van Christus.

Ze hebben zich uitgebreid over de wijde wereld in eindeloos ontfermen.

Ze hebben zich gelegd op de kinderkopjes, zegenend en vriendelijk, en ze hebben zich gericht tot de grote mensen, vermanend en waarschuwend, wanneer ze met onzuivere bedoelingen tot Hem kwamen.

De handen van Christus.

Ze hebben de sjacheraars uit de Tempel verdreven en ze hebben een zondares beschermd.

Ze hebben een eigengereide Farizeeër naar huis verwezen, en ze hebben een zondige tollenaar nodigend gewenkt.

De handen van Christus.

Ze hebben broden gebroken en gedeeld! Ze hebben de storm tot stilte gemaand! Ze hebben boze geesten uitgedreven! Ze hebben zieken genezen! Ze hebben tranen gedroogd!

Zo staan wij vandaag voor dit beeld. Wat hebben wij vandaag voor onze medemens gedaan? In een tijd waarin we op afstand moeten blijven, mogen we de ‘handen van Christus’ zijn. Gewoon door even aandacht te schenken aan die eenzame oudere, maar ook die jongere die de contacten met zijn vrienden/klasgenoten zo mist.

Gewoon even bellen, even iets lekkers afgeven, een kaartje sturen. Gewoon even de ‘handen van Christus’ zijn. Het kan zoveel betekenen voor die ander.

,, … en voor zoverre ge dit aan één van Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij het Mij gedaan.”

Mijn handen zijt gij!

Harry de Raaf

Voorganger Vrije Zendingsgemeente ‘Beth-El’.

Meditatie januari   2021

Hoopvolle mensen

Je hoort mensen wel eens zeggen ‘Het gaat van kwaad tot erger’.
Maar in de kerk leer je, met de dichter van Psalm 84, zeggen: ‘We gaan van kracht tot kracht’.
Zo hoorde ik het eens in een nieuwjaarspreek.
Daar moet ik nog wel eens aan denken.
Soms houd je je hart vast en vraag je je af waar dat allemaal heengaat. Er valt genoeg te noemen waarbij je het gevoel kunt krijgen dat het toch echt ‘van kwaad tot erger’ gaat.
Maar in de lichtkring van Christus leer je daar anders tegenaan kijken, leer je te geloven dat er toekomst van God is en dat je daar met je levensstijl op mag inspelen.
Het Evangelie mobiliseert ons om als hoopvolle mensen door het leven te gaan, met een visioen in het hart en met visie die zin en richting geeft aan ons bestaan.
Want met de komst van Christus in de wereld, die wij met Kerst vierden, is er onomkeerbaar een wissel omgezet in de wereldgeschiedenis. Het is een omzetting die telkens weer om herhaling vraagt.
Ondanks de coronacrisis en alle narigheid daaromheen mogen we niet vergeten dat er een onuitwisbaar spoor van hoop is uitgezet.
Ook in het nieuwe jaar worden we uitgedaagd om op dat spoor onze weg te gaan.
Wat je hoopt zie je nog niet, zegt de apostel Paulus in een van de meest indrukwekkende teksten uit de Bijbel, het achtste hoofdstuk van zijn brief aan christenen in Rome (vers 25). Maar in woord en daad blijven we het volhouden op de weg van de verwachting.
Paulus zegt in Romeinen 8 dingen die naar mijn besef nog altijd heel actueel zijn en die ons kunnen helpen om ‘van kracht tot kracht’ onze weg in het leven te gaan.
Levend in de veelal sombere, pessimistische wereld van het Romeinse Rijk merkt Paulus op: de schepping is ten prooi aan zinloosheid, ze is slaaf van vergankelijkheid. De schepping zucht daaronder (Rom. 8:20-22).
Daar kunnen we ons ook vandaag veel bij voorstellen.
Het is niet zo dat het geloof ons doet ontstijgen aan het weerbarstige in de werkelijkheid.
Ook wij zuchten in onszelf en onder elkaar, zegt Paulus. En soms weet je zelfs gewoon niet wat je in vredesnaam nog zou moeten bidden en kom je niet verder dan zuchten.
Maar vergis je niet, het is de scheppende, vernieuwende Geest van God en van Christus die dan in ons zucht en het verlangen naar een vernieuwd bestaan in een bevrijde schepping in ons activeert.
Het is een ‘zuchten in hoop’ (Romeinen 8:20)
In verband met dat zuchten spreekt Paulus van barensweeën: ze kondigen geboorte aan, een wereld die komt.
Dat is het perspectief waarin het Evangelie hoopvolle mensen van ons wil maken: zout der aarde, licht der wereld.
We hebben een gegronde verwachting.
En daarom zeg ik, met het oog op het nieuwe jaar, tegen u en jou:
Ga met God – op hoop van zegen, met de zegen van de hoop!

ds. Gerrit van den Dool (Willemsoord)