Meditatie november 2020

Over troost,
We leven in een tijd waarin veel mensen verdriet hebben en soms de moed zijn verloren. Het lijkt een hopeloze, troosteloze tijd nu wij opnieuw in een coronagolf zijn beland. November is de maand waarin in veel kerken de mensen worden herdacht, die dit jaar zijn overleden. In andere kerken wordt dat misschien in december, in een dienst op de oudejaarsavond, gedaan. Deze herdenkingsdiensten, op Allerzielen bijvoorbeeld of op de Voleindingszondag moeten noodgedwongen anders zijn, dan wij zo graag zouden willen. We willen graag de nabestaanden ontmoeten, hen bijstaan, hen troost bieden. Hen uitnodigen in de kerk. Er worden nu andere manieren gezocht om al die nabestaanden toch te helpen in het gedenken van hun dierbare. Het kan digitaal, maar dat is wellicht toch een wat schrale troost. Het kan ook in de kerk, maar dan alleen met een klein groepje. Wie kan dan wel en wie kan dan niet komen? Daar wil je ook geen keuze in maken.
Hoe kunnen wij in deze tijd elkaar dan toch nabij zijn? Troost bieden? En wat is dan eigenlijk troost? Wat mij betreft is dat bij de ander zijn, samen stil zijn, de ander laten spreken, laten uitspreken. Ook al voel je je misschien ongemakkelijk in die stilte, of ook al voel je je ook nog zo machteloos. Niet spreken, luisteren is altijd beter dan te vlug uitgesproken woorden van troost. Dat luisteren kan wellicht per telefoon of in de huiskamer op afstand. Dan kan de ander even op adem komen in een tijd van verdriet. Het kan met een klein gebaar: een kaars aansteken, een gedenksteentje overhandigen. De ander laten weten dat God hoort. Luistert. Een God, die ons allen uiteindelijk toekomst schenkt, leven waarin je je dierbare nog steeds mist, maar waarin je toch verder mag gaan. Uiteindelijk. Uiteindelijk komt de troost van God die ons allen kracht en sterkte schenkt. Ook in deze tijd. Ik wens u, jullie allen, een novembermaand toe, waarin hoop, moed, troost als een lichtstraal van Gods liefde in een donkere tijd, mag doorbreken.
Ds. Aaltsje van der Honing.
P.K.N. Steenwijk.