Meditatie mei 2021

TUSSEN PASEN EN HEMELVAART

Lezen: Johannes 21: 1 t/m 19

Jezus is opgestaan, Hij leeft en toch lijken de discipelen hun oude vak weer op te nemen: vissen. Maar ze vangen niets. Het oude leven wil hen blijkbaar niet terug. Maar dan roept een onbekende over het water. ‘Gooi het net over de andere boeg’. En de netten raken vol. De onbekende is de Heer. Er worden 153 vissen gevangen.

De getalswaarde voor het woord Jaweh (dat is God) in het Hebreeuws is: 17. Het getal 153 is drie in het kwadraat maal 17. Dat wil zeggen de drie-eenheid tezamen met de Godsnaam. Ook het driehoeksgetal van 153 is 17. Het driehoeksgetal bereken je door 1+2+3+ enz op te tellen totdat je 153 hebt. Dat laatste op te tellen getal is 17.

Maar er is meer. 153: is de getalswaarde van de Hebreeuwse woorden voor: ‘Kinderen van God’. Een grote vangst. Het gaat God om alle mensen. Opgevist uit het water, uit dreiging, uit chaos. Gebracht op de oevers van heil.

En daarna wordt Petrus gerehabiliteerd. Jezus vraagt tot driemaal toe:’ Simon (dat is Petrus) heb je Mij waarlijk lief’? En Petrus beaamt dat. En de verloocheningen (3x ‘Ik ken Hem niet’) worden omgezet in herderlijke en missionaire taken: weiden en hoeden.

Een verhaal als een opmaat naar Pinksteren. Het feest van Gods Geest. Het feest waarop alle de discipelen apostelen worden en daarmee ‘vissers van mensen’.

Ds. Bob Haanstra