Meditatie Maart 2020

Het paradijs herwonnen

`…..En Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem` (Marcus 1:13)

Op de eerste zondag van de Veertigdagentijd leest de kerk vanouds over Jezus’ verzoeking in de woestijn.
Je kunt in plaats van ‘verzoeking’ ook zeggen: ‘beproeving’.
Dat zijn twee kanten van één zaak.
De ‘duivel’ (diabolos, verwarringstichter, uiteindrijver) verzoekt ons, brengt ons in verleiding, om ons van de goede weg af te trekken.
God kan ons beproeven om ons op de goede weg sterker te maken.
Iemand schreef eens: als God ons beproeft doet Hij dat om ons van de duivel af te helpen.
Als de duivel ons verzoekt doet hij dat om ons van God af te helpen.
Dit verhaal volgt onmiddellijk op Jezus’ doop.
De Geest die Hij daarbij ontving, drijft Hem de woestijn in.
Daar vindt de confrontatie plaats: wat is wel en wat is niet de weg van God in deze wereld?
De verzoeking is een Messias te worden van de goedkope oplossingen en het snelle succes.
Dat dit verhaal voorop staat in de Veertigdagentijd had te maken met de inwijding van geloofsleerlingen, op weg naar de Paasnacht waarin zij zouden worden gedoopt.
De boodschap is duidelijk: Geloven betekent niet dat je in een “stormvrij gebied” komt.
Integendeel, juist wie voor de weg van God kiest, wordt “interessant” voor de duivel, hoe je die antimacht ook mag verstaan.
Hoe gemakkelijk kunnen we ons niet laten ‘beduvelen’ door stemmen die een appèl doen op ikgerichte verlangens die we allemaal kennen.
In tegenstelling tot Mattheüs en Lucas vertelt Marcus niets over hoe we ons die beproeving van Jezus moeten voorstellen.
Waar het om gaat is dat Jezus de verzoeking weerstaat en als overwinnaar te voorschijn treedt.
En als enige vertelt Marcus dan: “En Hij was bij de wilde dieren en de engelen dienden Hem.”
Midden in de woestijn ontstaat even een stukje paradijs.
De wilde dieren zijn niet meer bedreigend en de engelen laten de hemel even op aarde komen.
In een schijnbaar godverlaten wereld, die met zoveel chaos, onverschilligheid en geweld voor teveel mensen is als een woestijn, is er hier Één die overwicht heeft over de boze.
Omdat Hij de weg van God gaat:
niet van eigen belang en eigen glorie maar van de dienstbaarheid;
niet met liefde voor macht, maar vertrouwend op de macht van de Liefde;
niet uit op zelfhandhaving maar bereid zich te geven, tot in de dood.
Voor ons, maar zo ook: voor ons uit, want: niet zonder ons!
Op die weg worden alle dingen nieuw, komen ze in nieuw hoopvol licht te staan.
Het is het licht van Pasen – niet de dood maar het Leven heeft het laatste woord.
In dat licht mogen wij gaan.

Ds. Gerrit van den Dool (Willemsoord)