Meditatie februari 2019

De reis van Jezus (Lucas 13:33a).

In zijn evangelie doet Lucas verslag van de reis van Jezus naar Jeruzalem.
Wat hij in hoofdstuk 13 vertelt, speelde zich af in het in het gebied aan de overkant van de Jordaan, in Perea. Daar had Herodes Antipas het voor het zeggen. Jezus was dus in het gebied van Herodes.

Herodes was er niet blij mee dat Jezus in zijn gebied Zijn werk deed en veel mensen op de been bracht. Hij had een hekel aan onrust. Hij had er dan ook alle belang bij om van Jezus af te zijn.

Om dat te bereiken bedreigde hij Hem door middel van enkele farizeeën met de dood.
Hoe reageerde Jezus daarop? Jezus was er totaal niet van onder de indruk en Hij vertrok dan ook zeker niet uit het gebied van Herodes omdat Herodes dat wilde. Hij vertrok op Zijn eigen tijd.

Jezus liet tegen Herodes zeggen: Doch Ik moet heden en morgen en de volgende dag reizen (vers 33). Het moeten is het moeten van Gods plan. Jezus wilde Zich aan Gods plan houden. De drie dagen waarin Jezus nog in het gebied van Hero­des zou werken waren tegelijk ook drie reisdagen. Die behoorden bij de reis van Jezus naar Jeruza­lem.

Voor Jezus was de reis naar Jeruzalem geen ontspannen toeristisch uitstapje. Hij moest in Jeruzalem lijden en sterven.

Als we in Jezus geloven mogen wij ons persoonlijk betrokken weten bij de reis van Jezus naar Jeruzalem. Hij ging naar Jeru­zalem om te lijden en te ster­ven voor onze zonden. Zijn sterven is ons leven.

Door het geloof in Jezus zijn wij op weg naar het nieuwe hemelse Jeruzalem dat als Jezus terugkomt uit de hemel zal neerda­len op de nieuwe aarde. Dat is ons reisdoel.
Als we met Jezus reizen, betekent dat niet dat onze reis dan altijd makkelijk zal zijn. Maar Jezus gaat ons voor en Hij bewaart ons op onze reis. Hij heeft ons weliswaar geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.

ds K. Jonkman.